ECLI:NL:GHDHA:2015:31
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling oneerlijk beding in aandelenlease bij voortijdige beëindiging wegens wanprestatie
In deze zaak staat centraal of artikel 6 van Pro de Bijzondere Voorwaarden in aandelenleaseovereenkomsten een oneerlijk beding bevat. Dexia Nederland B.V. heeft de overeenkomsten opgezegd wegens wanprestatie van de geïntimeerde, die betwist dat de bepaling een geldige schadevergoeding regelt en stelt dat het feitelijk een buitensporige boete betreft.
De geïntimeerde voert aan dat de bepaling strijdig is met Richtlijn 93/13/EEG omdat de resterende rentetermijnen zonder tegenprestatie worden opgeëist, wat neerkomt op een oneerlijk beding. Dexia betwist dit en stelt dat de verplichting tot betaling voortvloeit uit de oorspronkelijke overeenkomst en dat de Richtlijn niet van toepassing is.
Het hof overweegt dat het moet worden vastgesteld of de resterende termijnen een redelijke schadevergoeding dekken en vraagt Dexia om nadere toelichting en onderbouwing van de kosten die deze termijnen rechtvaardigen. Tevens moet worden onderzocht of het beding, indien als boetebeding beschouwd, niet onredelijk bezwarend is. Het hof benadrukt dat de Richtlijn ook op deze situatie van toepassing kan zijn en dat de bescherming van de consument centraal staat.
Het hof verwijst de zaak naar de rol voor nadere akten van Dexia en houdt verdere beslissing aan. Het arrest is gewezen door drie rechters en uitgesproken op 20 januari 2015.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere toelichting en onderbouwing door Dexia over de kosten en rechtvaardiging van de resterende leasetermijnen.