ECLI:NL:GHDHA:2015:3341
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- S.R. Mellema
- V. Disselkoen
- C.J. Frikkee
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijke opzegging bij bedrijfssluiting en compensatie werknemer
De werknemer was sinds 2001 in dienst bij Heikade B.V., dat haar bedrijfsactiviteiten staakte en de arbeidsovereenkomst opzegde met toestemming van het UWV. De werknemer stelde dat de opzegging kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding op grond van artikel 7:681 BW Pro (oud).
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een valse of voorgewende reden voor het ontslag, aangezien Heikade haar activiteiten daadwerkelijk had gestaakt. Wel was de financiële compensatie voor de werknemer ontoereikend, mede gezien zijn leeftijd, dienstjaren, functie als bedrijfsleider, de crisis in de bouw en zijn slechte arbeidsmarktpositie.
Hoewel Heikade pogingen had gedaan om de gevolgen van het ontslag te verzachten, waaronder een aanbod voor makelaarschap en een financiële compensatie, had de werknemer deze niet geaccepteerd. Het hof stelde vast dat de werknemer recht had op een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke opzegging, die werd vastgesteld op €25.500 bruto.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en Heikade werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding met wettelijke rente, alsmede tot vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk en Heikade is veroordeeld tot betaling van €25.500 bruto schadevergoeding met rente.