Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 juni 2015
[appellant],
[appellante],
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat hem veroordeelde tot het verstrekken van gegevens over een buitenlandse bankrekening bij Krediet Bank Luxemburg (KBL). De Belastingdienst had deze gegevens verkregen van Belgische autoriteiten en vorderde aanvullende informatie en toelichting van appellant, die hieraan niet voldeed.
De voorzieningenrechter veroordeelde appellant tot het verstrekken van kopieën van bankafschriften vanaf 1994, een mondelinge toelichting en stelde een dwangsom in. Appellant voerde onder meer aan dat hij niet over alle gevraagde gegevens beschikte en dat de bewaartermijn was verstreken. Het hof oordeelde dat appellant wel degelijk over relevante gegevens beschikte en dat hij verplicht was deze te verstrekken. Ook wees het hof het beroep af dat de dwangsom onterecht was opgelegd.
In het incidenteel appel verhoogde het hof de dwangsom van € 2.500 naar € 5.000 per dag met een maximum van € 500.000, omdat appellant onvoldoende prikkel vertoonde om te voldoen. Tevens werd appellant veroordeeld het formulier “Verklaring in het buitenland aangehouden bankrekening(en)” alsnog in te vullen. Het arrest bevestigt de verplichting tot medewerking aan de Belastingdienst en stelt duidelijke sancties bij niet-naleving.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot verstrekking van buitenlandse bankgegevens en een verhoogde dwangsom van € 5.000 per dag met een maximum van € 500.000.