Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Tenlastelegging
3.Procesgang
4.Hoger beroep
5.Het vonnis waarvan beroep
6.Rechtsmacht en verdragsrechtelijke bevoegdheden.
7.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
- er met Iran nog steeds geen rechtshulp mogelijk was;
- er nieuwe ontwikkelingen waren in de regio Somalië en dat AIRS in afwachting was van aanvullende informatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
- ten aanzien van Iran: vanwege het feit dat het diplomatieke kanaal van het ministerie van het Buitenlandse Zaken niet beschikbaar was voor een rechtshulpverzoek aan Iran en het dus niet mogelijk was een rechtshulpverzoek in te dienen. Tijdens de behandeling in eerste aanleg heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken bij brief d.d. 16 augustus 2013 bericht dat er geen rechtshulpverzoek zou worden ingediend bij de Iraanse autoriteiten omdat er tussen Iran en Nederland geen sprake was van een rechtshulprelatie, het in de lijn der verwachting lag dat Iran niet zou meewerken aan een rechtshulpverzoek alsmede omdat de diplomatieke betrekkingen als complex betiteld kunnen worden.
- ten aanzien van Somalië: gelet op het feit dat ter plaatse een reguliere staatsstructuur in opbouw is en dat er sprake is van bestuurlijk onvermogen, wetteloosheid en corruptie. Onder die omstandigheden bestaat er een reële kans dat de getuigen gevaar lopen doordat hun persoonsgegevens, die nog niet bekend waren bij de Somalische autoriteiten, terecht komen bij kwaadwillenden. Omdat als gevolg daarvan intimidatie, onterechte arrestaties en berechting door Somalische (lokale) autoriteiten of groeperingen niet kan worden uitgesloten, bestaat het risico dat de veiligheid van de te horen getuigen mede door toedoen van de Nederlandse staat wordt gecompromitteerd. De minister van Buitenlandse Zaken achtte dit niet wenselijk.
8.Bewijsuitsluiting wegens schending van art. 6 lid 3 sub d EVRM Pro
“an adequate and proper opportunity to question a witness against him either when he or she was testifiying or at a later stage of the proceedings”. [15]
9.De vordering van het openbaar ministerie en het standpunt van de verdediging
10.Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs
Mpambara [34] heeft overwogen, wordt in de literatuur beschreven dat het geheugen van de getuige als gevolg van traumatisering kan worden aangezet tot verdringing en dissociatie, die – in negatieve zin – effect sorteren op het geheugen. Meer in algemene zin geldt dit ook voor het waarnemingsvermogen van de getuige. Dat de getuige als gevolg van (ernstig) trauma door verdringing of vermijding de in het geheugen opgeslagen herinneringen aan een bepaalde gebeurtenis heeft uitgeschakeld, wil echter niet zeggen dat die herinnering, door middel van zorgvuldige en gerichte vraagstelling, niet alsnog toegankelijk wordt gemaakt. Zo er echter aanwijzingen zijn dat de verklaring van de getuige mogelijk is beïnvloed door het traumatische karakter van hetgeen de getuige is overkomen, dient deze verklaring met voorzichtigheid en slechts in onderlinge samenhang met eerdere of opvolgende verklaringen en andere bewijsmiddelen te worden beoordeeld.
‘Mijn 2 broers zijn gewond geraakt. Ik ben er helemaal niet bij. Ik ben er met mijn gedachte niet bij’en nadat de rechter-commissaris heeft aangegeven de situatie te begrijpen:
‘Ik ben helemaal niet goed bij, mijn broers zijn gewond geraakt. We hebben heel veel ellende meegemaakt.’ [35] Verder heeft deze getuige aangegeven dat wat hij zich nog kan herinneren, hij zal vertellen maar dat hij niet goed geconcentreerd is. Hij heeft daarbij zelf opgemerkt dat hij zich niet kan herinneren wat hij de avond daarvoor had gegeten. [36]
‘Was u vorige week woensdag toen u uit het water bent gehaald en bent gehoord door de marine, beter wat betreft uw concentratie?’waarop de getuige antwoordde:
‘Ja toen wel. Op dit moment ben ik er met mijn gedachten niet bij. Mijn broers zijn gewond geraakt en nog wat meer mensen. Ik ben met mijn gedachten bij hen.’ [37]
Een Colt en een Kalasnikov.’
11.Vrijspraak.
12.Bewezenverklaring.
13.Bewijsvoering
14.Nadere (bewijs)overwegingen
15.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
16.Strafbaarheid van de verdachte
17.Strafmotivering
18.Toepasselijke wettelijke voorschriften
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.