Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 5 juli 2016
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V., in deze handelende onder de naam BeUp
[naam],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- i) een bedrag van € 2.106,30 aan onbetaald gelaten facturen over maart 2012 tot en met juli 2012 en
- ii) een bedrag van € 4.531,20 aan verbrekingsvergoeding op grond van artikel 10.1 van het contract: 40% van de ten tijde van de ontbinding door Proximedia nog niet vervallen maandelijkse termijnen over de resterende looptijd van 32 maanden (derhalve 40% van (32 x € 354,- is) € 11.328,-).
per jaarzou bewerkstelligen, maar 10.000 clicks
per maand. De kantonrechter heeft dit betoog overgenomen en heeft veel waarde gehecht aan de flyer van BeUp waarin onder meer zinnen staan als
“haal veel meer bezoekers op uw website”,
“de beste resultaten”en
“eindelijk een beter rendement op uw investering”. Gelet op dit woordgebruik en gelet op de omstandigheid dat het verkoopgesprek in de winkel van [geïntimeerde] plaatsvond en dat het aanbod van BeUp zou vervallen als hij niet direct zou beslissen, heeft de kantonrechter geoordeeld dat het op de weg lag van Be Up als aanbieder van het product en als degene die daarvan de meeste kennis had, om zich ervan te vergewissen dat zij aan [geïntimeerde] inderdaad betere resultaten kon leveren dan [geïntimeerde] voorheen behaalde met de onder eigen beheer gevoerde campagne. Volgens de kantonrechter had BeUp daarom moeten vragen om informatie over die reeds bestaande campagne, omdat zij alleen zo kon weten of zij een goed/beter voorstel aan [geïntimeerde] kon doen. Nu BeUp door ernaar te vragen had moeten weten dat [geïntimeerde] zelf al een behoorlijk aantal clicks (namelijk rond de 5.000 clicks per maand) haalde, had BeUp hem erop moeten wijzen dat het aantal te behalen, in het contract vermelde clicks van 10.000 het aantal voor een geheel jaar betrof en niet het aantal per maand, zoals [geïntimeerde] veronderstelde. De kantonrechter is tot de conclusie gekomen dat het aan BeUp te wijten is dat door het verstrekken van onjuiste informatie, althans door het niet geven van juiste informatie, de overeenkomst onder invloed van dwaling tot stand is gekomen en dat [geïntimeerde] bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet zou hebben gesloten.
per jaar” (onderstreping hof) en dat dit kan worden verhoogd naar 10.000 (zie het citaat hierboven onder 1.3.). Het moge wellicht zo zijn dat [geïntimeerde] voorheen in eigen beheer meer clicks behaalde, maar dat laat onverlet dat het gaat om een duidelijke, niet voor meerderlei uitleg vatbare tekst, die [geïntimeerde] zonder meer kon en moest begrijpen. Naar het oordeel van het hof is er dan ook geen grond om aan te nemen dat op BeUp een mededelingsplicht rustte, in die zin dat zij [geïntimeerde] er eigener beweging nog eens extra op had moeten wijzen dat het ging om een aantal per jaar in plaats van per maand. Een dergelijke mededelingsplicht kan ook niet op de flyer worden gebaseerd. De flyer bevat reclame-uitingen, aanprijzingen in algemene zin, die dan ook in dat licht moeten worden beschouwd. Aan het voorgaande doet niet af het feit dat het verkoopgesprek in de winkel van [geïntimeerde] plaatsvond, dat het contract (behoudens het voorblad) “drie pagina’s volle tekst” besloeg en dat [geïntimeerde] direct na het gesprek “moest” beslissen. Ook een “kleine winkelier” als [geïntimeerde] moet bij een verkoopgesprek de normale oplettendheid aan de dag leggen, de “praatjes” van een verkoper kritisch volgen en zichzelf tegen “overvaltechnieken” wapenen (vergelijk het arrest van dit hof van 12 juni 2012, ECLI:NL:GHSGR:2012:2256). Overigens heeft BeUp onweersproken aangevoerd dat [geïntimeerde] alleen aan het begin van het gesprek werd afgeleid door een klant, maar dat de rest van het gesprek van 1 à 1,5 uur ongestoord verliep. De omstandigheid dat de echtgenote van [geïntimeerde] ten tijde van het gesprek terminaal ziek was, is uiteraard zeer tragisch te noemen, maar is evenmin een omstandigheid die in rechte tot een andere conclusie zou moeten leiden. In dat verband is ook van belang dat, zoals de kantonrechter terecht heeft overwogen, [geïntimeerde] zelf heeft verklaard dat die ziekte van zijn echtgenote juist de reden was om de internetcampagnes aan een professioneel bedrijf over te laten.
per maand, althans voor (beduidend) meer clicks dan [geïntimeerde] voorheen in eigen beheer behaalde. Het hof verwijst kortheidshalve naar het onder 7 overwogene.
€ 2.106,30 (achterstallige betalingen over maart tot en met juli 2012) een verbrekingsvergoeding van (2 x (40% van € 354,-) is) € 283,20 moet betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.