Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte]
van dat misdrijfte bemoeilijken, sporen van dat misdrijf heeft weggemaakt
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft het overlijden van het slachtoffer op 12 maart 2011 in Amsterdam. Verdachte werd primair beschuldigd van medeplegen van moord, subsidiair van doodslag en meer subsidiair van begunstiging. Uit forensisch bewijs bleek dat verdachte het lichaam van het slachtoffer samen met een ander heeft versleept en in een tapijt heeft gewikkeld, waardoor sporen werden gewist.
De rechtbank Amsterdam veroordeelde verdachte eerst tot 15 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord. Het hof Amsterdam wijzigde dit in 10 jaar voor doodslag. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag. Dit hof sprak verdachte vrij van moord en doodslag wegens onvoldoende bewijs dat verdachte het fatale letsel heeft toegebracht of daarbij aanwezig was.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan begunstiging door het wegnemen van sporen, met het oogmerk de opsporing te bemoeilijken. Verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Vorderingen tot schadevergoeding van benadeelden werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, omdat de schade niet rechtstreeks voortvloeide uit het bewezen verklaarde feit.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord en doodslag, veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor begunstiging door sporenwissen.