ECLI:NL:GHDHA:2016:2667
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incident inzake belang bij inzage zakelijke e-mail en logbestanden GGZ Delfland
In deze civiele procedure vordert appellant inzage in zijn zakelijke e-mailberichten en het bijbehorende logbestand bij GGZ Delfland op grond van artikel 843a Rv. Deze vordering volgt op eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat appellant zich schuldig heeft gemaakt aan fraude en op goede gronden op staande voet is ontslagen. Appellant stelt dat inzage in deze gegevens een ander licht op de zaak kan werpen.
Het hof overweegt dat het eerdere vonnis gezag van gewijsde heeft gekregen en dat de daarin opgenomen dragende overwegingen bevestigen dat appellant fraude heeft gepleegd. Appellant heeft onvoldoende belang bij de gevorderde inzage omdat hij reeds in de strafzaak inzage krijgt in de betreffende gegevens en deze stukken binnen de grenzen van het procesreglement in deze procedure kan inbrengen.
Het hof ziet geen reden de zaak aan te houden tot de strafzaak onherroepelijk is beslist en wijst het incident af. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een memorie van antwoord door GGZ Delfland, terwijl verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst het incident af wegens onvoldoende belang bij inzage in e-mailberichten en logbestanden.