ECLI:NL:GHDHA:2016:3372
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst expat Shell op grond van h-grond
De zaak betreft een hoger beroep van een werknemer die als expat voor Shell International Exploration and Production B.V. (SIEP) werkte onder een arbeidsovereenkomst die onderdeel was van de LTIA-regeling. De werknemer werd uitgezonden vanuit Rusland naar Nederland en na afloop van de opdracht werd de arbeidsovereenkomst ontbonden op basis van de h-grond (redelijke grond in het belang van de onderneming).
De werknemer voerde aan dat de ontbinding onterecht was en dat de kantonrechter ten onrechte feiten had vastgesteld, onvoldoende herplaatsingsinspanningen waren verricht en dat de opzegtermijn en transitievergoeding onjuist waren berekend. Het hof oordeelde dat de ontbinding terecht was omdat de LTIA-regeling een tijdelijke uitzending regelt met een voorspelbare terugkeer naar de Base Country of een andere Shell-entiteit.
Het hof stelde vast dat geen sprake was van bedrijfseconomische redenen (a-grond) voor ontbinding bij SIEP en dat de h-grond toepasselijk is vanwege het functioneren van de onderneming en de afspraken binnen het Shell-concern. De herplaatsingsinspanningen van SIEP waren voldoende, mede omdat SEPSR een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanbood.
Wel corrigeerde het hof de ontbindingsdatum van 5 maart 2016 naar 21 april 2016, omdat de diensttijd bij SEPSR moest worden meegeteld als opvolgend werkgeverschap, wat leidde tot een langere opzegtermijn en hogere transitievergoeding. Het hoger beroep werd verder afgewezen en de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst van de Shell-expat wordt ontbonden op 21 april 2016 met inachtneming van een langere opzegtermijn wegens opvolgend werkgeverschap.