Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het verloop van het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
de ondergetekende sub a (erflater, hof) is eigenaar van de woning (…)
de ondergetekende sub a verleent aan de ondertekende sub b ( [appellante] , hof) het persoonlijk recht van gebruik en bewoning van gemeld onroerend goed.
bij overlijden van de gebruiker;
zoveel eerder als drie maanden verlopen zijn nadat de gebruiker de woning metterwoon verlaten heeft;
bij het verschaffen van het gebruik van het onroerend goed of enig deel daarvan aan derde(n) (…)
primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vorderingenten grondslag gelegd dat partijen in 2012 een koopovereenkomst hebben gesloten met betrekking tot de woning. Aan haar
meest subsidiaire vorderingheeft [appellante] ten grondslag gelegd dat zij een groot deel van de koopsom heeft betaald, alsmede in de jaren daarna de eigenaarslasten van de woning, de rente en aflossing van de hypotheeklening en alle kosten van onderhoud en dat [geïntimeerde] daar thans de vruchten van plukt. [geïntimeerde] heeft de vorderingen bestreden.
grieven II en IIIstrekken ten betoge dat in mei/juni 2012 tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Daartoe voert [appellante] aan dat de brief van 13 mei 2012 van [geïntimeerde] is te beschouwen als een aanbod en dat de notaris dit aanbod op 11 juni 2012 ten behoeve van haar, [appellante] , heeft aanvaard. De brief van [de dochter van geintimeerde] kan volgens [appellante] niet worden aangemerkt als intrekking van het aanbod, reeds omdat deze op persoonlijke titel is geschreven. Dat de koopovereenkomst niet schriftelijk is neergelegd in een koopakte, zoals door artikel 7:2 BW Pro vereist, doet aan het vorenstaande niet af, omdat deze bepaling in de onderhavige situatie niet van toepassing is, aldus [appellante] .