HMS is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag, sector kanton, locatie Den Haag, inzake een arbeidsrechtelijke kwestie onder de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Het hoger beroep werd ingesteld na een beschikking van 21 september 2015.
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 december 2015 bereikten partijen een schikking. In verband met de wettelijke bedenkttermijn ex artikel 7:670b lid 2 BW werd het hoger beroep aangehouden tot 29 december 2015. De verweerder maakte geen gebruik van de bedenkttermijn, waarna HMS haar beroep introk met instemming van de verweerder.
Het hof oordeelde dat de intrekking van het hoger beroep tot gevolg heeft dat HMS niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar hoger beroep, conform vaste rechtspraak. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd door iedere partij haar eigen kosten te laten dragen.