ECLI:NL:GHDHA:2016:908
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en onroerendezaakbelasting in hoger beroep
In hoger beroep stond centraal of de WOZ-waarde van een woning in de gemeente [Z] te hoog was vastgesteld en of het tarief van de onroerendezaakbelasting wettelijk in strijd was. Daarnaast werd beoordeeld of vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskostenvergoeding toekwam.
De heffingsambtenaar had de waarde van de woning vastgesteld op €340.000, na bezwaar was dit bedrag bevestigd. Het taxatierapport en vergelijkingsobjecten toonden aan dat de waardering zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met inhoud, perceelgrootte, kwaliteit en ligging. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, hetgeen het hof bevestigde.
De stelling dat een deel van de grond als agrarische grond buiten de waardering moest blijven, werd verworpen omdat deze grond niet bedrijfsmatig werd geëxploiteerd. Ook het bezwaar tegen het tarief van de onroerendezaakbelasting werd zonder nadere onderbouwing afgewezen.
Verzoeken om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn werden afgewezen, omdat de termijnen binnen de redelijke termijn lagen. Proceskostenverzoeken werden eveneens afgewezen omdat er geen kosten door derden waren gemaakt en de rechtbank dit reeds terecht had beoordeeld.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.