Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Rekestnummer rechtbank : 5081453/16-50373
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
grief Ibetwist [verzoeker] dat de Bedrijfshulpverlening bij het oprapen van de tas van [verzoeker] een fles wodka heeft gezien. [verzoeker] stelt dat hij geen wodka in die tas had, maar dat zich uitsluitend in zijn fietstas een fles wodka bevond. Voorts heeft [verzoeker] betwist dat hij pas op 16 februari 2016 hulp heeft gezocht voor zijn alcoholverslaving. Het hof zal bij de beoordeling van de zaak rekening houden met deze stellingen. Voor het overige heeft [verzoeker] de door de kantonrechter vastgestelde feiten niet betwist, zodat het hof ook van die feiten zal uitgaan.
grieven II, III en Vbestreden dat hij op 17 maart 2016 onder invloed van alcohol op het werk is verschenen. Hij heeft daarbij de juistheid van de bij hem afgenomen alcoholtest betwist. Hij is van mening dat Dräger onder meer dient te bewijzen dat hij op 17 maart 2016 een alcoholpromillage van 3,52 had en dat er een fles wodka in zijn tas zat.
grieven IV en VIzien op de vraag of Dräger bij haar beslissing om [verzoeker] op staande voet te ontslaan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de omstandigheid dat [verzoeker] alcoholafhankelijk was.