ECLI:NL:GHDHA:2017:4086
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing uitvoerbaarverklaring verkoop echtelijke woning
Partijen hebben een affectieve relatie gehad en een samenlevingsovereenkomst gesloten met afspraken over de gezamenlijke woning. Na beëindiging van de samenwoning in december 2014 wilde de vrouw de woning verkopen, maar de man weigerde medewerking. De rechtbank veroordeelde de man tot medewerking aan de verkoop en verklaarde dit uitvoerbaar bij voorraad.
De man verzocht in hoger beroep om schorsing van deze uitvoerbaarverklaring, stellende dat hij geen reële woonalternatieven heeft en dat verkoop negatieve gevolgen voor zijn gezondheid heeft. Het hof overwoog dat er geen sprake is van een juridische of feitelijke misslag en dat de belangenafweging het belang van de vrouw bij verkoop zwaarder laat wegen dan het belang van de man om te blijven wonen.
De man heeft bovendien niet onderbouwd welke inspanningen hij heeft geleverd om vervangende woonruimte te vinden. De vrouw wordt financieel belemmerd zolang de woning niet verkocht kan worden. Het hof compenseerde de proceskosten en wees het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad af en compenseert de proceskosten.