ECLI:NL:GHDHA:2017:521
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.J.J. Engel
- J.T. Sanders
- G.J. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verlengde navorderingstermijn bij storting op buitenlandse bankrekening
Belanghebbenden, gehuwd en samen een vennootschap onder firma drijvend, hadden in hun aangifte inkomstenbelasting 2005 een storting van €60.000 op een Luxemburgse bankrekening niet aangegeven. De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op met toepassing van de verlengde navorderingstermijn op grond van artikel 16, vierde lid, Awr.
De rechtbank stelde echter vast dat de storting afkomstig was uit in Nederland behaalde omzet, waardoor de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing was. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat de wetgever de verlengde termijn uitsluitend heeft bedoeld voor buitenlandse inkomsten of vermogen, niet voor binnenlands verkregen inkomsten die later op een buitenlandse rekening zijn gestort.
De Inspecteur kon niet aannemelijk maken dat het bedrag uit buitenlandse omzet afkomstig was. Het hof oordeelt dat de Inspecteur slechts navorderingsaanslagen kan opleggen voor inkomsten die daadwerkelijk in het buitenland zijn opgekomen. Het hoger beroep van de Inspecteur wordt ongegrond verklaard en de proceskosten worden aan de Inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is en wijst het hoger beroep van de Inspecteur af.