Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 12 juni 2018
de Stichting DUWO,
[geïntimeerde],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“bestek en voorwaarden voor het bouwen van 859 studenteneenheden c.a.”.Op 7 september 1971 is ten behoeve van de blokken H, J en K van het complex een vergunning verleend voor het bouwen van
“een complex studentenwoningen”.
grief 1voert DUWO aan dat haar woningbezit aan de Van Hasseltlaan van meet af aan bestemd is geweest voor studenten. Met
grief 2betoogt DUWO dat zij niet heeft gesteld dat in de huurovereenkomst als voorwaarde is opgenomen dat [geïntimeerde] in de woning mag verblijven wanneer hij als student staat ingeschreven. DUWO heeft aangevoerd dat [geïntimeerde] had moeten begrijpen dat de woning aan hem is toegewezen omdat hij als student stond ingeschreven. Er bestond destijds nog geen belang om in de huurovereenkomst op te nemen dat het om een studentenwoning ging. Met
grief 3komt DUWO op tegen de overweging van de kantonrechter dat blijkens een door [geïntimeerde] overgelegde internet-advertentie de woningen in het wooncomplex bestemd waren voor starters. DUWO wijst erop dat de overgelegde advertentie betrekking had op een andere woning dan de door [geïntimeerde] gehuurde woning. DUWO betwist bovendien dat zij na 1 juli 2002 nog haar aanbod zelfstandige woningen in het complex aan de Van Hasseltlaan op Woonnet Haaglanden heeft geplaatst of in de Woonkrant heeft aangeboden.
Grief 4komt op tegen de conclusie dat niet kan worden vastgesteld dat de woning krachtens de huurovereenkomst bestemd is voor studenten. [geïntimeerde] had moeten begrijpen dat hij uitsluitend vanwege zijn hoedanigheid van student in aanmerking kwam voor de woning. Ook met
grieven 6 en 7(grief 5 ontbreekt) voert DUWO aan dat [geïntimeerde] had moeten begrijpen dat hij de woning uitsluitend als student heeft kunnen huren. Bovendien is het feit dat het om een studentenwoning gaat voldoende voor de conclusie dat [geïntimeerde] gehouden was een campuscontract te sluiten.
studerendestarters, en uit het onvoldoende weersproken feit dat de wooneenheden aan de Van Hasseltlaan vanaf in ieder geval 2002 alleen via de zogenaamde Kamerwinkel, gevestigd in de aula van de TU Delft, gehuurd konden worden. Het enkele feit dat in ieder geval gedurende meerdere jaren ook aan anderen dan studenten zelfstandige woningen in het complex zijn verhuurd, doet aan die oorspronkelijke bestemming niet af, terwijl het DUWO bovendien vrijstaat het complex weer uitsluitend voor studenten te bestemmen, ook wanneer dat, zoals [geïntimeerde] stelt, buitenlandse studenten zijn.
“een woningzoekende die op dag dat het woningaanbod wordt gepubliceerd geen zelfstandige woonruimte leeg achterlaat voor verkoop of verhuur.”Aan die definitie zal [geïntimeerde] niet voldoen wanneer hij zijn woning verlaat, omdat hij wel degelijk een zelfstandige woning voor verhuur achterlaat. Uit artikel 19 van Pro de Huisvestingsverordening volgt verder dat voor [geïntimeerde] als doorstromer bij toewijzing van woonruimte de inschrijfduur en het aantal jaren woonduur op het moment van inschrijving geldt, met een maximum van 5 jaar. Ook daarmee onderscheidt [geïntimeerde] zich niet van de gewezen studenten ten aanzien van wie DUWO zich op een dringend eigen gebruik kan beroepen. Tot slot en anders dan [geïntimeerde] kennelijk veronderstelt, zal het aanvaarden van een campuscontract niet behoeven te leiden tot het doorhalen van zijn inschrijving als woningzoekende. Artikel 13, lid 7 onder b van de Huisvestingsverordening laat de mogelijkheid open dat de inschrijving voortduurt.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
indien [geïntimeerde] van die gelegenheid geen gebruik maakt:
- stelt het tijdstip waarop de huurovereenkomst tussen DUWO en [geïntimeerde] betreffende de woonruimte aan de [adres] zal eindigen vast op 1 december 2018;
- veroordeelt [geïntimeerde] om binnen veertien dagen na betekening van dit arrest, doch niet eerder dan 1 december 2018, het gehuurde te ontruimen;
in alle gevallen:
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van DUWO tot op 15 februari 2017 begroot op € 117,- aan griffierecht, € 96,01 aan explootkosten en € 400,- aan salaris advocaat;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van DUWO tot op heden begroot op € 716,- aan griffierecht, € 99,21 aan explootkosten en € 1.611,- aan salaris advocaat.