Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest d.d. 13 februari 2018
CJSC Mosoblenergogaz,
OJSC Mezhregionteploenergo,
Intertech Mechanical B.V.,
advocaat: mr. M.M. Broere-Blokland te Dordrecht.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
1. Intertech Mechanical B.V. zal 3 CT-2000 units en 1 diesel unit leveren aan Mosoblenergogaz CISC conform de contractuele specificaties en leveringsvoorwaarden, met dien verstande dat er geen garantie op de units zal worden verleend, met uitzondering van productiefouten.2. Intertech Mechanical B.V. zal alle bescheiden beschikbaar stellen die onder het verlof van de rechtbank Rotterdam vallen inzake het bewijsbeslag. Deze bescheiden worden binnen twee weken genoegzaam doorzocht door de advocaten van beide partijen, bij de gerechtelijke bewaarder ICT Concepts.3. Binnen een week na doorzoeking van de bescheiden zal Mosoblenergogaz CJSC[hof: MOEG]
al dan niet bevestigen dat er ten aanzien van de doorzoeking finale kwijting wordt verleend. Bij kwijting zal het bewijsbeslag per ommegaande worden opgeheven en de bewijsbeslagprocedure in hoger beroep worden doorgehaald.4. Intertech Mechanical B.V. zal tevens de informatie en bescheiden beschikbaar stellen die Mosoblenergogaz CJSC mist in de datamatrix (productie 27 bij conclusie van antwoord in reconventie in de bewijsbeslag procedure). Intertech Mechanical B.V. verklaart bij deze dat zij geen informatie zal achterhouden.5. Mosoblenergogaz CJSC zal de volledige kwijting verlenen ter zake van haar aanspraken uit hoofde van onrechtmatig handelen van Intertech Mechanical B.V. in relatie tot transacties zoals opgenomen in voornoemde matrix, indien uit het onderzoek blijkt dat Intertech zelf jegens Mosoblenergogaz CJSC geen actieve betrokkenheid heeft gehad bij en niet bekend was met het kunstmatig opdrijven van de prijzen van de Intertech-producten.(…)
lees:arrest], weigert uitvoering te geven aan het door het hof te geven bevel;
52van de memorie van grieven genoemde stukken” in plaats van: “de in paragraaf 3.30 tot en met 3.
48van de memorie van grieven genoemde stukken”, aldus MOEG c.s. Intertech heeft daar niet op gereageerd. Het hof zal uitgaan van het door MOEG c.s. bedoelde petitum.
agreed price) met de commissie werd verhoogd tot de door MOEG c.s. te betalen prijs (
contract price). De ‘commissies’, zijnde steekpenningen, die [de bestuurder] betaald kreeg zijn onder heel andere benamingen (zoals ‘advice and engineering costs’, dan wel via de contractprijs) aan (uiteindelijk) MOEG c.s. in rekening gebracht zonder dat MOEG c.s. konden weten dat hun betaling in feite (mede) dergelijke steekpenningen betrof. MOEG c.s. stellen dat het voor Intertech volstrekt duidelijk was dat MOEG c.s. door de commissieafspraken (onrechtmatig) benadeeld werden. Door hieraan mee te werken heeft ook Intertech onrechtmatig jegens MOEG c.s. gehandeld. Verder blijkt volgens MOEG c.s. uit e-mails die zij hebben ingezien dat Intertech ter bescherming van [de bestuurder] bewust namens MOEG (c.s.) gevraagde informatie heeft achtergehouden en dat Intertech van [de bestuurder] advies kreeg welke stukken zij wel en welke stukken (onder meer met betrekking tot Polyimpex waaraan [de bestuurder] blijkbaar was gelieerd) zij niet aan MOEG (c.s.) kon laten zien. De hiervoor genoemde facturen heeft Polykraft (waaraan [de bestuurder] ook gelieerd was) aan Energo Development gestuurd tot een bedrag van in totaal € 875.000. Op de facturen staat als kantooradres het adres van Intertech vermeld. Volgens MOEG c.s. blijkt uit deze facturen dat Intertech zeer nauw betrokken was bij de door [de bestuurder] gepleegde fraude. Nu op de facturen van Polykraft het adres van Intertech staat vermeld is volgens MOEG c.s. op zijn minst aannemelijk dat Polykraft een vennootschap is die (ook) aan Intertech is gelieerd of dat er tussen Intertech en Polykraft op zijn minst een nauwere band bestaat dan Intertech steeds heeft voorgewend. MOEG c.s. vinden het aannemelijk dat Intertech over de gevraagde bescheiden met betrekking tot de tussenpersonen Polykraft en Polyimpex beschikt omdat (i) Intertech zelf rechtstreeks met deze partijen heeft gecontracteerd en (ii) uit haar e-mails aan [de bestuurder] blijkt dat zij ook weet heeft van de tussen deze tussenpersonen gemaakte afspraken. MOEG c.s. stellen dat Polykraft, Polyimpex, Energo Development en GES onrechtmatig jegens MOEG c.s. hebben gehandeld door mee te werken aan de ten koste van MOEG c.s. gepleegde fraude. Er is dus ook ten aanzien van deze partijen sprake van een rechtsbetrekking met MOEG c.s. waarbij deze tussenpersonen partij zijn zodat MOEG c.s. op grond van artikel 843a Rv recht hebben op afschrift van de hiervoor genoemde bescheiden aangaande die onrechtmatige daad, bescheiden die Intertech tot haar beschikking of onder haar beheer heeft.
ten aanzien van de (uiteindelijk) door MOEG c.s. aangeschafte apparatuur en machines. Het gaat dus niet om correspondentie van een advocaat. Evenmin is aannemelijk dat deze correspondentie tussen ondernemingen mede een inhoud heeft die de persoonlijke levenssfeer van, kennelijk bij Intertech betrokken, personen raakt, althans op een wijze die een inbreuk zou betekenen op de door Intertech bedoelde fundamentele rechten.
€ 1.000,00 per dag of dagdeel na betekening van het arrest dat Intertech weigert aan de veroordeling te voldoen. Intertech betoogt dat er geen enkele reden is voor oplegging van een dwangsom omdat zij zich steeds zeer schappelijk jegens MOEG c.s. heeft opgesteld door, hoewel MOEG c.s. eerdere procedures hadden verloren, hun al vele documenten te verschaffen en dat zij met MOEG c.s. heeft onderhandeld en volledig heeft meegewerkt aan een oplossing waardoor MOEG c.s. de door (een van) hen bij een derde bestelde machines kon verkrijgen terwijl Intertech met twee onbetaalde maatwerkmachines is achtergebleven.