ECLI:NL:GHDHA:2018:2600
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- P.J.J. Vonk
- H.A.J. Kroon
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waarde tussenwoning met waardebepaling op €810.000
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning waarvan de WOZ-waarde voor 2017 door de heffingsambtenaar werd vastgesteld op €845.000. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank, die de waarde bevestigde, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
In hoger beroep werd vastgesteld dat noch belanghebbende noch de heffingsambtenaar voldoende bewijs leverden om de waarde definitief vast te stellen. De heffingsambtenaar gebruikte een systematische vergelijkingsmethode met referentiepanden, maar faalde in het onderbouwen van enkele correcties en verschillen tussen de woning en vergelijkingsobjecten. Belanghebbende onderbouwde zijn lagere waarde onvoldoende cijfermatig.
Het hof oordeelde dat de instructies van de Waarderingskamer hulpmiddelen zijn en niet bindend, en dat de wettelijke waardebepaling leidend is. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs van beide partijen, stelde het hof de waarde schattenderwijs vast op €810.000. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraken vernietigd, en de aanslagen dienovereenkomstig verminderd. Tevens werden de griffierechten aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €810.000 en de aanslagen worden dienovereenkomstig verminderd.