Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 23 januari 2018
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
[geïntimeerde 1] is werkzaam als freelance journalist. In 2012 is hij een onderzoek gestart naar (de gang van zaken bij) (onder meer) Pretium en haar eigenaar/directeur [appellant 2] .
Pretium en [appellant 2] hebben in een (eerdere) bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag een verklaring voor recht gevorderd dat [geïntimeerde 1] onrechtmatig jegens hen handelde door de wijze waarop hij zijn onderzoek verrichtte, met een verbod voor [geïntimeerde 1] om nog personen uit hun zakelijke of persoonlijke kring te benaderen met ongefundeerde beschuldigingen en/of suggestieve vragen, en een verbod om de beschuldigingen te publiceren. De rechtbank heeft de vorderingen bij vonnis van 24 februari 2016 afgewezen. Het hoger beroep dat Pretium c.s. tegen dit vonnis in de bodemzaak hadden ingesteld, hebben zij ingetrokken; die zaak is bij het hof op 7 november 2017 geroyeerd.
Kort na het vonnis van de rechtbank in de bodemzaak, op 30 maart 2016, heeft [geïntimeerde 1] een aantal concept-hoofdstukken van voorgenomen publicaties (van in totaal circa 145 pagina’s) aan Pretium voorgelegd met het verzoek daar commentaar op te leveren. Vanaf 30 oktober 2016 heeft [geïntimeerde 1] op de website van onder meer Reporters Online diverse delen van een “webboek” over Pretium en [appellant 2] gepubliceerd, genaamd “Dossier Pretium”. Pretium c.s. zijn van mening dat deze publicaties onrechtmatig jegens hen zijn, en hebben [geïntimeerden] in kort geding gedagvaard. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van Pretium c.s. bij vonnis van 29 november 2016 afgewezen. Hiertegen richt zich het hoger beroep.
- het verwijderen van de onrechtmatige publicaties van [geïntimeerde 1] over Pretium c.s. (waaronder het “Dossier Pretium”) op reportersonline.nl, blendle.nl, netkwesties.nl en elders op het internet;
- het verwijderen door [geïntimeerde 1] van alle tweets op zijn account met betrekking tot Pretium c.s., en het staken van het versturen van vergelijkbare tweets;
- het staken van ieder onrechtmatig handelen jegens Pretium c.s., waaronder begrepen het aandacht vestigen op voornoemde publicaties;
- het verwijderen door [geïntimeerde 1] van vermeldingen van en verwijzingen naar bedoelde publicaties;
- alles op straffe van een dwangsom van € 5000,- per keer of € 10.000,- per dag, met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten in de beide instanties.
- De bezwaren van Pretium c.s. in deze procedure richten zich hoofdzakelijk tegen (passages uit) het door [geïntimeerde 1] gepubliceerde “Dossier Pretium”. Dit webboek bevat diverse delen en omvat circa 145 bladzijdes. In het webboek worden onder meer de volgende onderwerpen besproken: de loopbaan van [appellant 2] , de groep bedrijven rond Pretium, de werkwijze van Pretium met ouderen als doelgroep, de politieke aandacht voor Pretium, de juridische procedures die Pretium en [appellant 2] hebben aangespannen, de persoon van [appellant 2] en zijn wijze van leidinggeven, en de familie van [appellant 2] voor zover (volgens [geïntimeerde 1] ) zakelijk relevant.
- Het webboek heeft ten aanzien van [appellant 2] en Pretium een kritische toonzetting. In het webboek wordt meermalen gebruik gemaakt van ironische en retorische stijlfiguren. Zo bevatten de publicaties onder meer de volgende passages:
“De werving van telefonieabonnementen voor Pretium was jarenlang goed voor een regen aan klachten. (...)
Aanvankelijk door [geïntimeerde 1] gebruikte werktitels voor de hoofdstukken van het webboek waartegen Pretium c.s. bezwaar maken, zijn door hem niet gepubliceerd.
Gesteld noch gebleken is dat de publicaties van [geïntimeerde 1] over Pretium c.s. feitelijke onjuistheden bevatten. [geïntimeerde 1] heeft onweersproken gesteld dat hij Pretium en [appellant 2] vooraf inzage heeft gegeven in vrijwel alle concepten, en dat hij in geval van een feitelijke onjuistheid deze direct corrigeert. Het webboek is gebaseerd op een door [geïntimeerde 1] verricht uitgebreid onderzoek, en bevat verwijzingen, noten en vermeldingen van (deels anonieme) bronnen.
Pretium is in het verleden meermalen (negatief) in het nieuws geweest, waarbij zij ervan werd beschuldigd om met behulp van een agressieve en misleidende verkooptechniek met name oudere mensen te bewegen een overeenkomst met Pretium aan te gaan.
is,en door vrijwillig in een televisieprogramma te verschijnen er bewust voor heeft gekozen om zélf een rol te spelen in het publieke debat over de maatschappelijke misstand waarvan volgens de media sprake was bij Pretium c.s. Daardoor is [appellant 2] persoonlijk het gezicht van Pretium geworden. Verder wijst [geïntimeerde 1] op de grote advertenties die Pretium c.s. hebben geplaatst, op de vele openbare juridische procedures die Pretium en [appellant 2] hebben gevoerd, en op het feit dat [appellant 2] vanwege zijn carrière in het bedrijfsleven voordat hij Pretium begon al regelmatig in de publiciteit was.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 29 november 2016;
- veroordeelt Pretium c.s. in de kosten van het principaal appel, aan de zijde van [geïntimeerden] tot op heden begroot op € 716,- aan griffierecht en € 2.682,- (3 punten tarief II) aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst het meer of anders gevorderde af.