Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 18 december 2018
[naam] ,
Tripticom ICT B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Tripticom heeft de vorderingen betwist en gesteld dat [appellant] misbruik maakt van procesrecht en Tripticom op nodeloze kosten jaagt door een kansloze vordering in te stellen en in deze procedure bewust de feiten onvolledig en onjuist weer te geven, hetgeen kwalificeert als een onrechtmatige daad waarvoor zowel [appellant] als zijn (toenmalige) advocaat aansprakelijk zijn te houden. Tripticom heeft in reconventie een verklaring voor recht gevorderd op dit punt, met een veroordeling in de werkelijke proceskosten, één en ander vermeerderd met rente en (na)kosten.
De kantonrechter heeft aan [appellant] een bedrag van € 2.838,64 bruto toegekend wegens niet-genoten vakantiedagen, en zijn vorderingen voor het overige afgewezen. De vorderingen van Tripticom in reconventie zijn eveneens grotendeels afgewezen, met dien verstande dat de kantonrechter [appellant] wegens handelen in strijd met artikel 21 Rv Pro zowel in conventie als in reconventie in de geliquideerde proceskosten heeft veroordeeld.
is in hoger beroep gekomen van de afwijzing van zijn vordering op grond van kennelijk onredelijk ontslag. Tripticom heeft incidenteel hoger beroep ingesteld van de toewijzing van het bedrag van € 2.838,64 wegens niet-genoten vakantiedagen en van de afwijzing van haar reconventionele vordering op grond van misbruik van procesrecht. Zij heeft haar reconventionele vordering vermeerderd met – kort gezegd – de door haar gemaakte proceskosten in hoger beroep.
- [appellant] verwijt Tripticom dat deze hem per 1 september 2000 volledig beter heeft gemeld bij het UWV, zonder dat hieraan een gesprek met hem bij de bedrijfsarts vooraf is gegaan. Daarbij stelt hij dat hij in werkelijkheid in de periode van 1 september 2009 tot aan zijn ziekmelding in augustus 2010 nog altijd maar gedeeltelijk werkte wegens psychische klachten als gevolg van het (volgens [appellant] nog steeds aanwezige) arbeidsconflict met Tripticom. [appellant] heeft één en ander echter niet nader onderbouwd. De loonstrookjes waar [appellant] naar verwijst betreffen niet de gehele periode, en bovendien kan daaruit slechts worden afgeleid dat [appellant] in de maanden waar de loonstrookjes op zien, af en toe één of enkele dagen ziek was maar niet dat hij nog niet volledig weer aan het werk was. Tripticom wijst bovendien op de door haar overgelegde verklaring van haar accountant op dit punt, waaruit volgt dat [appellant] van 1 maart 2010 tot aan zijn ziekmelding in augustus 2010 – behoudens enkele verlofdagen en ziektedagen – volledig productief en declarabel heeft gewerkt voor de opdrachtgever A. Schuuring B.V. Het verweer van [appellant] ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep dat de loonstrookjes door Tripticom zouden kunnen zijn gemanipuleerd, en dat ook de verklaring van de accountant niet juist kan zijn omdat [appellant] niet bij de opdrachtgever Schuuring werkte maar bij de opdrachtgever KPN, en deze verklaring bovendien een zogenaamde disclaimer bevat, wordt verworpen. Er is geen enkele aanwijzing dat er door Tripticom stukken zouden zijn vervalst, terwijl [appellant] desgevraagd heeft toegegeven niet te weten door wie zijn werkzaamheden bij KPN aan Tripticom werden gefactureerd, en een disclaimer gebruikelijk is bij een accountantsverklaring. Het hof gaat er dan ook vanuit dat [appellant] vanaf 1 september 2009 tot aan zijn ziekmelding in augustus 2010 gewoon volledig heeft gewerkt. Dat [appellant] ooit bezwaar heeft gemaakt tegen zijn betermelding is niet gesteld of gebleken. In dat licht is het enkele feit dat [appellant] voorafgaand aan zijn betermelding geen gesprek heeft gehad met de bedrijfsarts, wat hiervan verder ook zij, van ondergeschikt belang. Van pestgedrag is niet gebleken.
- [appellant] stelt verder dat Tripticom in mei 2010 een verzoek van hem tot het opnemen van vakantie heeft afgewezen. Tripticom heeft erop gewezen dat [appellant] onvoldoende verlofsaldo had voor de gevraagde vakantie, dat de periode waarin hij verlof vroeg bovendien niet mogelijk was en dat [appellant] vervolgens later in 2010 alsnog ruim twee weken vakantie heeft opgenomen. [appellant] heeft één en ander niet gemotiveerd weersproken. Van pestgedrag door Tripticom is naar het oordeel van het hof op dit punt ook niet gebleken.
- De stelling van [appellant] dat Tripticom ten onrechte inhoudingen op het salaris deed, die vervolgens weer moesten worden rechtgezet, heeft hij niet nader onderbouwd. Onduidelijk is om welke inhoudingen in welke periode het gaat. De verwijzing naar productie 10 bij conclusie van antwoord in reconventie biedt geen duidelijkheid.
- [appellant] verwijt Tripticom dat deze veel druk op hem uitoefende om weer volledig aan het werk te gaan. Ook dit verwijt is niet nader gemotiveerd of onderbouwd. Het hof heeft vastgesteld dat [appellant] vanaf 1 september 2009 tot zijn ziekmelding in augustus 2010 volledig heeft gewerkt. Dat hij dit heeft gedaan onder druk van Tripticom blijkt niet uit de stukken, en is door [appellant] ook niet nader toegelicht.
- [appellant] verwijt Tripticom verder dat [appellant] in december 2011 één keer zijn afspraak bij de bedrijfsarts heeft afgezegd, en dat Tripticom toen diezelfde dag nog het loon van [appellant] heeft opgeschort. Het hof overweegt dat Tripticom gemotiveerd heeft weersproken dat het de eerste keer was dat [appellant] zijn afspraak bij de bedrijfsarts afzegde. In dat licht is het enkele feit dat Tripticom gebruik maakte van haar bevoegdheid tot opschorting van het loon, dat zij bovendien, nadat [appellant] bij de bedrijfsarts was geweest, alsnog met terugwerkende kracht heeft uitbetaald, onvoldoende om te concluderen dat sprake was van pestgedrag.
- het verwijt van [appellant] dat Tripticom heeft geweigerd om de reiskosten van [appellant] voor zijn bezoeken aan de bedrijfsarts te vergoeden, heeft Tripticom gemotiveerd weersproken. Tripticom verwijst naar loonstrookjes waarop reiskostenvergoedingen vermeld zijn en stelt gemotiveerd dat deze bedragen zien op bezoeken van [appellant] aan de bedrijfsarts. Nog afgezien daarvan kan ook de enkele weigering tot het vergoeden van reiskosten niet als pestgedrag worden aangemerkt, aangezien [appellant] niet heeft toegelicht dat en waarom Tripticom hiertoe verplicht was.
- [appellant] stelt verder dat Tripticom onvoldoende voortvarend heeft gehandeld, nadat UW Reïntegratie in het rapport van 11 mei 2011 had geadviseerd om een onderzoek te laten doen bij [appellant] naar zijn psychische belastbaarheid. Pas zes maanden later heeft een onderzoek plaatsgevonden door psychiater [de psychiater] . Ook dit kan naar het oordeel van het hof niet als pestgedrag worden aangemerkt. Het lag in de eerste plaats op de weg van [appellant] zelf om zich voor zijn psychische klachten onder behandeling te stellen. Tripticom heeft ook op dit punt niet verwijtbaar gehandeld.
Ook het verwijt van [appellant] dat hij psychische klachten had als gevolg van financiële problemen, waarvoor hij Tripticom verantwoordelijk houdt, kan niet slagen. Vast staat immers dat de schulden die [appellant] had grotendeels veroorzaakt werden door uitgaven van [appellant] voor zijn eigen bruiloft en de aanschaf van een auto.
heeft nog verwezen naar het in opdracht van Tripticom opgemaakte rapport van de psychiater [de psychiater] van 24 februari 2012, die schrijft dat de psoriatische artritis waarschijnlijk mede is geprovoceerd door het ontslag van [appellant] eind 2008, waarna hij ook depressieve klachten heeft ontwikkeld. De conclusie van de psychiater [de psychiater] dat de psoriatrische artritis waarschijnlijk mede is geprovoceerd door het ontslag van [appellant] eind 2008, is slechts een waarschijnlijkheidsconclusie die bovendien is gebaseerd op eenzijdig door [appellant] aan de psychiater verstrekte informatie. Zonder nadere onderbouwing of omstandigheden die deze aanname ondersteunen acht het hof deze conclusie niet overtuigend.
Beroep op artikel 21 Rv Pro/237 Rv
Conclusie
Voor de duidelijkheid zal het hof het vonnis van de kantonrechter in zijn geheel vernietigen, en het dictum volledig opnieuw formuleren. De vordering van Tripticom tot terugbetaling door [appellant] van de vakantiedagen die Tripticom aan hem heeft betaald ter uitvoering van het vonnis van de kantonrechter, is door [appellant] inhoudelijk niet bestreden en voor toewijzing vatbaar zoals hieronder vermeld.
Beslissing
opnieuw rechtdoende:
- wijst alle vorderingen van [appellant] af;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding, aan de zijde van Tripticom gevallen, tot op 28 juli 2016 begroot op € 800,- aan salaris gemachtigde;