Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 21 december 2018
[naam] ,
Securitas Beveiliging B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
In de beschikking waarvan beroep heeft de kantonrechter onder 2.1 tot en met 2.11 een aantal feiten vastgesteld. De eerste grief is gericht tegen de feitenweergave door de kantonrechter. Het hof zal de feiten in hoger beroep opnieuw vaststellen en met deze grief rekening houden.
Vlisco-beschikking van de Hoge Raad (HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:571, r.o. 3.6.4). Als het hof Securitas veroordeelt om de arbeidsovereenkomst te herstellen en Securitas de arbeidsovereenkomst daarop herstelt, is de voorwaarde waaronder Securitas het verzoek heeft gedaan vervuld en zou het hof een dergelijk verzoek ook kunnen honoreren. Overigens gaat het naar het oordeel van het hof – gelet op de tekst van art. 7:683 BW Pro – in hoger beroep strikt genomen niet om een verzoek tot ‘ontbinding’, maar om een voorwaardelijk verzoek aan het hof om alsnog een datum te bepalen waarop de arbeidsovereenkomst eindigt (zo begrijpt het hof althans het verzoek van Securitas). De situatie dat het hof enerzijds de werkgever veroordeelt tot herstel van de arbeidsovereenkomst en vervolgens in dezelfde beschikking een einddatum van de arbeidsovereenkomst vaststelt, zal zich overigens niet snel voordoen, omdat het in de rede ligt dat het hof dan een billijke vergoeding zal toekennen in plaats van herstel, maar is wel denkbaar.
Beslissing
opnieuw rechtdoende: