ECLI:NL:GHDHA:2018:814
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag wegens valse ontslagreden en onjuiste informatie UWV
Appellant was sinds 1994 in dienst bij Rescura B.V. en werd in 2015 ontslagen wegens vermeende bedrijfseconomische redenen. Rescura had een ontslagvergunning aangevraagd bij UWV met onderbouwing van een slechte financiële situatie en het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten. Appellant betwistte dit en stelde dat Rescura de onderneming voortzette met nieuwe opdrachten en ingehuurd personeel.
In hoger beroep bracht appellant verklaringen in van een voormalig administrateur die stelde dat Rescura de cijfers bewust had gemanipuleerd om een negatief beeld te schetsen en dat de onderneming na het ontslag gewoon werd voortgezet. Rescura stelde dat deze informatie onrechtmatig was verkregen en niet als bewijs mocht dienen. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het bewijs niet zonder meer uitgesloten hoeft te worden.
Het hof concludeerde dat Rescura onjuiste informatie aan UWV had verstrekt en dat het ontslag op een valse grond was gebaseerd. Hierdoor was het ontslag kennelijk onredelijk. Het hof begrootte de schadevergoeding op €75.000,- bovenop de reeds betaalde vergoeding, rekening houdend met de duur van het dienstverband, leeftijd van appellant en de kans op ander werk.
Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en Rescura werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, alsmede in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof veroordeelt Rescura tot betaling van €75.000 schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.