Conclusie
1.Het cassatieberoep
De verdachte heeft als boekhouder en financial controller gedurende 15 jaren werkzaamheden verricht voor [A] B.V (verder [A] ), welk bedrijf in 2016 in een arbeidsrechtelijke procedure was verwikkeld met haar voormalige werknemer [betrokkene 1] . In het kader van deze procedure heeft [betrokkene 1] in hoger beroep stukken ingediend die afkomstig bleken te zijn van de server van [A] . Vervolgens heeft [A] aangifte gedaan tegen de verdachte omdat deze de stukken illegaal van de server van [A] had gedownload en daarna had overgedragen aan [betrokkene 1] ten behoeve van zijn arbeidsrechtelijke procedure tegen [A] . De verdachte is veroordeeld wegens computervredebreuk (art. 138ab Sr) en schending van bedrijfsgeheimen (art. 273 Sr Pro).
2.Het eerste middel
De verklaring van de verdachte.
Een proces-verbaal van aangifte (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in (…):
[betrokkene 2], namens
[A] B.V.:
het hof begrijpt: in de gerechtelijke ontslagprocedure van [betrokkene 1]], zijn door [verdachte] aangeleverd.
Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 december 2017 (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in (…):
83.84.246.117 […] 31 logins tussen 29-05-16 en 03-07-17
217.129.238.32 […] 16 logins tussen 11-05-2016 en 30-05-2017
83.84.246.117 Ziggo [verdachte] , [a-straat 1] , [plaats]
Het ging hierbij om:
(…)
217.129.238.32 [naam]
Een proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 13 oktober 2017 (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in (…):
[betrokkene 2]:
het hof begrijpt: 11 oktober 2016] is daar uitspraak in gekomen en werd door de rechter uitspraak gedaan dat [betrokkene 1] nergens recht op had.
Een proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 november 2017 (…). Dit proces-verbaal houdt onder meer in (…):
[verdachte]:
Wij hebben van de aangever een kopie van de rapportage ontvangen die door de raadsman van [betrokkene 1] is ingediend bij de rechtbank in verband met zijn ontslagzaak. Het feitelijke rapport wordt voorafgegaan door een uitleg en inleiding door de raadsman waarna de inhoudelijke stukken volgen. Wie heeft dat deel van het rapport samengesteld?Die productiestukken zijn door mij aangeleverd.
Een geschrift, zijnde een arrest d.d. 24 april 2018 met zaaknummer 200.207.196/01 van de afdeling civiel recht van dit hof inzake [betrokkene 1] tegen [A] B.V.. Hieruit blijkt dat de kantonrechter bij het bestreden vonnis (van 11 oktober 2016) de vordering heeft afgewezen, met veroordeling van [betrokkene 1] in de proceskosten. Het hof vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 11 oktober 2016 en doet opnieuw recht, waarbij het hof [A] B.V. veroordeelt tot betaling aan [betrokkene 1] van een bedrag van € 75.000,- vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 december 2015 tot aan volledige voldoening, alsmede tot betaling van een bedrag van € 1.525,-. Voorts veroordeelt het hof [A] B.V. in de proceskosten en verklaart het hof dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.”
3.Bespreking eerste middel
De eerste deelklacht (feit 1: binnendringen met behulp van een valse sleutel in de zin van art. 138ab lid 1 onder c Sr)
Bewijsoverwegingen
De advocaat-generaal concludeert voorts dat aan de verdachte geen beroep op noodtoestand toekomt.
Nadere overwegingen feit 1
Art. 138ab Sr:
.door het aannemen van een valse hoedanigheid.
(…)”
"Een geslaagd beroep daarop ontneemt de strafbaarheid aan handelen dat formeel in strijd met de wet is, omdat dat handelen gerechtvaardigd is door hogere belangen. Bij de beoordeling van de vraag of daar in een concreet geval sprake van is, zijn drie factoren van belang. In de eerste plaats dient te worden beoordeeld of het handelen van de verdachte een wezenlijk maatschappelijk belang heeft gediend. Indien deze vraag bevestigend wordt beantwoord, dient te worden beoordeeld of het handelen van de verdachte proportioneel was, dat wil zeggen of het niet verder ging dan noodzakelijk was om het daarmee beoogde doel te bereiken. Indien ook die vraag bevestigend wordt beantwoord, dient tot slot te worden beoordeeld of het handelen van de verdachte subsidiair was, dat wil zeggen of de verdachte het daarmee beoogde doel niet op een andere, minder ingrijpende manier had kunnen bereiken”.Zoals uit het dossier blijkt, had [verdachte] het vermoeden, mede op grond van zijn ervaringen met [betrokkene 2] de afgelopen 15 jaar (en in 2016 met betrekking tot foutieve Btw-aangiften in februari 2016), dat [betrokkene 2] wilde gaan knoeien met zijn financiële administratie. Dat zou hij niet alleen kunnen doen met de toekomstige administratie, maar ook met de door [verdachte] verzorgde oudere administratie. [verdachte] voelde de juridische en morele verantwoordelijkheid voor de juistheid van de administratie van [A] B.V. Immers kan een boekhouder aansprakelijk worden gesteld indien hij tekortschiet in zijn werkzaamheden. Daarnaast stond de goede naam van [verdachte] op het spel bij de Belastingdienst. Dit zou ook een risico vormen voor zijn andere cliënten. Zolang [betrokkene 2] onduidelijk was over de rol van [verdachte] binnen zijn bedrijf (en dat was hij), kon [verdachte] zelf in de problemen raken. Vandaar dat [verdachte] na te hebben ingelogd tevens controleerde hoe met de administratie werd omgesprongen. Al snel zag hij dat er werd gesjoemeld.
26. De fraudemeldingen aan de FIOD hebben dan ook na de brief van Bureau Financieel toezicht plaatsgevonden, te weten op 08-02-2017 en op 16-05-2017 en op 13-07-2017 en laatst op 05- 02-2018 (p. 293). Nu de werkrelatie nimmer was beëindigd van de zijde van [A] B.V., kon de eventuele fraude zelfs nog mede aan […] toegerekend worden (waarbij […] zich zou moeten verweren). Dit was, naast het inloggen vanwege zijn contacten met de accountant en Delta Lloyd, eveneens reden om in te loggen (dan wel verder te kijken). Een ding wist [verdachte] zeker; indien bijvoorbeeld de belastingdienst lastige vragen stellen dan zou [betrokkene 2] dus ook na 8 mei 2016, dan zou [betrokkene 2] antwoorden als volgt, of woorden van gelijke strekking:
daarvoor moet u bij mijn boekhouder zijn. Bel [verdachte] maar.
"Dit sluit aan op wat [verdachte] onweersproken heeft verklaard, namelijk dat [betrokkene 2] hem - voorafgaande aan het ontslag van [betrokkene 1] - heeft meegedeeld, de komende opdrachten nog even "onder de pet te houden". Dit brengt het hof tot het oordeel dat het ontslag ook kennelijk onredelijk is, omdat het op valse grond is gegeven."Het hof verwerpt het
"habe nichts, habe wenig"verweer van [A] . Het hof oordeelt dat aan [betrokkene 1] nog een aanvullende vergoeding ad € 75.000,-- toekomt. [verdachte] heeft hier niet gehandeld uit rancune, maar op grond van rechtvaardigheidsgevoel. Gewetensnood bij [verdachte] speelde zeer zeker een rol. Voorkomen diende te worden dat serieuze misstanden zou plaatsvinden. [betrokkene 1] was nota bene sedert 1994 in dienst bij [betrokkene 2] zijn onderneming. Er was een langdurige samenwerking met [verdachte] . Dit gegeven is mede in verband met de benodigde proportionaliteits- en subsidiariteitstoets van belang. Een beroep op overmacht kan dan ook zowel ten aanzien van feit 1 (de computervrede breuk) als feit 2 (heling bedrijfsgegevens) worden gedaan.
fiod.fraudemelden@belastingdienst.nl. Hij heeft daarin met open vizier de feiten aan de FIOD voorgelegd en niet van anonieme berichtgeving gebruik gemaakt. De stukken bevinden zich in het strafdossier. [verdachte] is daarmee in feite een klokkenluider, die aanspraak kan maken op bescherming in plaats van bestraffing.
29. Door [verdachte] werd tevens ontdekt dat onder valse voorwendselen medewerkers waren ontslagen. De financieel economische status van het bedrijf werd door [betrokkene 2] onjuist gepresenteerd aan het UWV (en later de rechter). Daardoor zijn aan diverse medewerkers geen of lagere ontslagvergoedingen uitgekeerd. Het gerechtshof heeft in het vonnis het maatschappelijk belang onderkend. Bij de bespreking van feit 2 zal hier nader op worden ingegaan. Nadat [betrokkene 1] in eerste aanleg in het ongelijk was gesteld en na een comparitie in hoger beroep de zaak wederom dreigde te verliezen heeft cliënt gemeend dat het rechtzetten van deze misstand een wezenlijk maatschappelijk belang betrof. Uit het arrest van het Haagse gerechtshof volgt het evidente belang van de door cliënt verzamelde stukken en de duiding. Het inloggen was onder meer nodig om de vereiste onderbouwing/bewijsstukken aan te leveren aan zowel het hof als de FIOD, maar nogmaals ook voor de afwikkeling met de accountant en de contacten met Delta Lloyd. Voldaan wordt aan de vereisten van proportionaliteit. De laatste vraag die beantwoord dient te worden is of er voor cliënt geen andere, minder vergaande manieren waren om zijn doel te bereiken. In de civiele zaak had [betrokkene 1] de informatie nodig om zijn standpunt te onderbouwen. Tot op dat moment zonder enig succes. Op geen enkele andere wijze had [betrokkene 1] recht gedaan kunnen worden. Hij was immers al door de rechtbank in het ongelijk gesteld en in de procedure bij het hof leek hem hetzelfde lot beschoren. Juist de kennis van [verdachte] was nodig om de misstanden recht te zetten. Dit laatste geldt ook voor het fiscale traject. Hoewel de Belastingdienst en de FIOD verdergaande mogelijkheden hebben om zelf informatie te vergaren, ontberen zij de kennis van de zakelijke en de privéadministratie van [betrokkene 2] om de onregelmatigheden te ontdekken die [verdachte] heeft gevonden.
Noodtoestand?
exceptioneelgeval dat het strafbare handelen van de verdachte gerechtvaardigd wordt geacht. Het hof heeft het door de verdachte gestelde belang (de waarheid aan de dag brengen in de ontslagzaak van [betrokkene 1] ) onderkend, maar onvoldoende zwaarwegend gevonden. Dat oordeel vind ik niet onbegrijpelijk. Evenmin valt in te zien dat het hof zou hebben miskend dat de missie van de verdachte zich breder zou hebben uitgestrekt dan enkel de ontslagprocedure van [betrokkene 1] . Het dossier biedt daar geen enkel aanknopingspunt voor.
4.Het tweede middel
is daarmeegeen verrader en/of iemand die wederrechtelijk handelt, maar
een klokkenluider die een misstand aankaart en aanspraak behoort te kunnen maken op wettelijke bescherming. [verdachte] had ook zelf een eigen rechtens te respecteren belang; hij had zelf altijd de boekhouding correct verzorgd en wilde niet nu worden meegezogen in enig frauduleus handelen.
fiod.fraudemelden@belastingdienst.nl. Hij heeft daarin met open vizier de feiten aan de FIOD voorgelegd en niet van anonieme berichtgeving gebruikgemaakt. De stukken bevinden zich in het strafdossier. [verdachte] is daarmee in feite een klokkenluider,
die aanspraak kan maken op bescherming in plaats van bestraffing.”
5.Het derde middel
6.Het vierde middel
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde