Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 8 januari 2019
[appellante] ,
[geïntimeerde] ",
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Het gaat in deze zaak om het volgende:
- Zonder eerdere kritiek op haar functioneren, werd door [geïntimeerde] tijdens de mediationpoging in mei 2017 direct een beëindigingsovereenkomst voorgelegd;
- Latere verzoeken om mediation heeft [geïntimeerde] genegeerd;
- [geïntimeerde] heeft de collega’s van [appellante] al in een vroeg stadium laten weten dat zij niet zou terugkeren op het werk;
- De oproep van [geïntimeerde] van 1 februari 2018 om 23:33 om na een periode van arbeidsongeschiktheid de volgende ochtend te beginnen was niet redelijk;
- [geïntimeerde] heeft eenzijdig de arbeidsplaats gewijzigd op een manier die niet redelijk was;
- Toegezegde begeleiding door [geïntimeerde] bij de werkhervatting is uiteindelijk geweigerd;
- [geïntimeerde] heeft [appellante] alleen maar in de pop-up store aan het werk gezet om haar uit de salon waar zij altijd werkte te weren;
- [geïntimeerde] heeft ten onrechte de zus van [appellante] die ook voor [geïntimeerde] werkt in het geschil betrokken;
- [appellante] kan geen enkel verwijt worden gemaakt van het ontslag op staande voet;
- [appellante] is een alleenstaande vrouw met een koopwoning, die thans een WW-uitkering ontvangt van € 939,88 netto per maand, een inkomensachteruitgang van € 434 netto per maand.