ECLI:NL:GHDHA:2019:2842
Gerechtshof Den Haag
- Wraking
- J.A. van Kempen
- Th.W.H.E. Schmitz
- M.Y. Bonneur
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer in civiele zaak over Krim Musea
In de wrakingszaak AV 001506-19 heeft de staat Oekraïne een verzoek tot wraking ingediend tegen raadsheer D.J. Oranje van het gerechtshof Amsterdam, vanwege zijn eerdere betrokkenheid als advocaat in de Yukos-zaken en vermeende partijdigheid ten opzichte van de Krim Musea. De wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag heeft dit verzoek behandeld.
De staat Oekraïne stelde dat de raadsheer in de Yukos-zaken de Russische Federatie zou hebben vertegenwoordigd en daardoor niet onpartijdig zou zijn in de huidige zaak. Tevens werd aangevoerd dat de raadsheer zich amicaal opstelde tegenover advocaten van de Krim Musea en een beslissing over tussentijdse cassatie bevoordelend zou hebben genomen. De raadsheer ontkende deze beschuldigingen en lichtte zijn eerdere werkzaamheden toe.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De eerdere werkzaamheden van de raadsheer betroffen niet de Russische Federatie en er was geen bewijs van nauwe samenwerking met de advocaten van de Krim Musea. Ook de beslissing over tussentijdse cassatie kan geen grond voor wraking vormen. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van de staat Oekraïne tegen de raadsheer is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.