Uitspraak
Havensteder(voor beide zaken): de heer [X] ([functienaam] bij Dura Vermeer), de heer [Y] (werkzaam als [functienaam] ontwikkeling bij Havensteder), de heer [Z] (werkzaam als [functienaam] realisatie bij Havensteder) en de heer [A] (werkzaam als [functienaam] wijkteam bij Havensteder), de heer [B] ([functienaam] bij Havensteder), bijgestaan door mr. Den Engelsen voornoemd, en mr. P. Remmelts,
[geïntimeerde 1]in persoon (zaaknummer 200.265.476/01) en partij
[geïntimeerde 2]in persoon (zaaknummer 200.265.731/01), beiden bijgestaan door mr. Craanen, voornoemd, en vergezeld van belangstellenden, waaronder de heer [C].
dringende werkzaamhedendeels
renovatiewerkzaamhedenheeft genoemd in de inleidende dagvaarding onder randnummers 17 ([geïntimeerde 1]) en 11 ([geïntimeerde 2]). Alle werkzaamheden waren eerder ook genoemd in de brochure “
Verbetervoorstel [naam wijken] (even), [naam wijk] verder” die de huursters van Havensteder hadden ontvangen (hierna: het Verbetervoorstel). Deze werkzaamheden wil Havensteder vóór 1 oktober 2022 laten uitvoeren in de ongeveer 1350 woningen in de [naam wijk] waarvan Havensteder eigenares is. Deze woningen zijn in 1921 min of meer hetzelfde gebouwd en de bedoeling was om de werkzaamheden per huizenblok tegelijkertijd uit te voeren.
dringende werkzaamheden” zijn zoals bedoeld in art. 7:220 lid 1 BW Pro. Daarvan kan onder meer sprake zijn wanneer de werkzaamheden niet zonder nadeel kunnen worden uitgesteld. Dat nadeel is hier wel, vanwege de volgende omstandigheden tezamen:
Bij normaal gebruik van de woningen is niet te zien of een vloer binnen korte tijd zal gaan doorzakken, omdat de vochtigheid van
onderde vloer komt en de vloer (en dus de verrotting) aan het zicht is onttrokken door vloerbedekking of parket. Mede daardoor is het ook onvoorspelbaar: Havensteder heeft een groot pakket aan woningen en kan van te voren niet weten waar zich problemen gaan voordoen, althans niet zonder regelmatig onderzoek onder alle houten vloeren. De gevolgen van het niet tijdig ontdekken van verrotting kunnen echter wel ernstig zijn. Reeds daarom mag Havensteder de gemiddelde vochtproblematiek van al haar woningen in de wijk in aanmerking nemen in plaats van het al dan niet manifest zijn van een vochtprobleem in iedere afzonderlijk huurwoning. De kantonrechter heeft dit miskend.
Havensteder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de houten-vloer-problematiek in de wijk, mede gezien de onvoorspelbare aard hiervan, dermate ernstig is dat het verrichten van de werkzaamheden aan de vloeren van alle woningen, (ook) de woningen [adres 2] en [adres 1], in de rede ligt.
nahet vonnis heeft ontwikkeld) valt niet in te zien waarom Havensteder op dit moment de uitkomst van de kantonrechter in de bodemprocedure, niet alsnog kan afwachten. Het hof gaat ervan uit dat een bodemvonnis er (ruim) voor 2022 kan zijn. Indien dat onverhoopt niet kan, dan kan Havensteder alsnog een voorlopige voorziening vragen naar de stand van zaken op dat moment.
Beslissing in de zaak met rolnummer 200.265.476 (Havensteder - [geïntimeerde 1])
in zoverre opnieuw rechtdoende:
Beslissing in de zaak met rolnummer 200.265.731 (Havensteder - [geïntimeerde 2])
in zoverre opnieuw rechtdoende: