Belanghebbende had bij registratie van een personenauto een BPM-bedrag betaald uitgaande van een gebruikte auto, terwijl de Inspecteur een naheffingsaanslag oplegde omdat de auto volgens hem als nieuw moest worden aangemerkt. De Rechtbank had de naheffingsaanslag vernietigd en geoordeeld dat de auto gebruikt was. In hoger beroep stond centraal of de auto ten tijde van de registratie als nieuw of gebruikt moest worden beschouwd.
Het Hof baseerde zich op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en een eerdere uitspraak van Hof Amsterdam, waarin is bepaald dat een auto met minder dan 1.000 kilometer op de teller als nieuw moet worden aangemerkt, tenzij er andere gebruikssporen zijn die dat tegenspreken. Belanghebbende kon niet aantonen dat de auto zodanige gebruikssporen vertoonde dat deze als gebruikt kon worden aangemerkt. De kilometerstand van 758 was op zichzelf onvoldoende om de auto als gebruikt te kwalificeren.
Het Hof vernietigde daarom het vonnis van de Rechtbank en verklaarde het beroep van de Inspecteur gegrond. De naheffingsaanslag BPM werd bevestigd. Proceskosten werden niet aan de Inspecteur opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Hof Den Haag op 12 november 2019.