Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Talententuinen B.V.,
Stichting Talententuinen,
1.Talententuinen B.V.,
Stichting Talententuinen,
200.238.297/01is [appellante] met een op 30 april 2018 bij het hof binnengekomen beroepschrift (met producties) in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag, team kanton Den Haag (hierna: de kantonrechter) tussen partijen gegeven beschikking van 31 januari 2018. [appellante] heeft daarbij één als zodanig aangeduide grief geformuleerd en een aantal verzoeken gedaan. Talententuinen heeft bij verweerschrift (met producties) het hoger beroep bestreden. Ook heeft Talententuinen een incidenteel verzoek ex art. 843a Rv ingediend. Dat verzoek is ingetrokken zodat dat geen behandeling behoeft.
200.238.308/01hebben Talententuinen B.V. en Stichting Talententuinen, met een beroepschrift dat per fax op 30 april 2018 en per post op 1 mei 2018 bij het hof is binnengekomen, hoger beroep ingesteld tegen dezelfde beschikking. Zij hebben vijf als zodanig aangeduide grieven aangevoerd en toegelicht en producties overgelegd.
per 1 augustus 2017 bij Talententuinen B.V. [appellante] vervulde laatstelijk de functie van beleidsmanager, met een bruto maandsalaris van € 4.543,33, exclusief vakantietoeslag.
16 augustus 2017 verzet tegen de opheffing van het managementteam, omdat zij dat ervaarde als een opheffing althans ingrijpende wijziging van haar functie. Ook heeft [appellante] zich op 16 augustus 2017 ziek gemeld.
"gericht op de invulling van de werkzaamheden uit het verbetertraject welke stapsgewijs opgebouwd worden, de (gezamenlijke) toekomst en oplossing van hetgeen tussen partijen speelt", met de heer [de mediator 1] als mediator. Daarnaast wenste Talententuinen [appellante] op 20 september 2017 te
spreken "over het verbeterplan en de eerste aanzet voor (aangepast) werk". Indien [appellante] haar medewerking niet zou verlenen, zou de loonstop worden gecontinueerd, aldus Talententuinen.
Tussen partijen is afgesproken dat de werkzaamheden in haar oude functie conform het verbeterplan zullen worden opgepakt;
Ook afgesproken isdat uw cliënte voor a.s. maandag bij cliënt schriftelijk bevestigtdat ze maandagochtend verschijnt;
Daarbij is afgesproken dat uw cliënte werkt conform het verbeterplan zal verrichten totdat ze een nieuwe baan heeft;
De vraag of de bestuurder in staat is om haar te begeleiden tot dat moment is ook met ja beantwoord;
Wel is daarbij aangegeven dat de werkzaamheden uiteraard wel naar behoren dienen te worden verricht;
Nadat partijen een en ander overeengekomen zijn is de mediation daarmee (vooralsnog) beëindigd.
ententuinen en niet van een afspraak, dat de mediation
"op pauze"was gezet en waarin hij partijen opriep om gebruik te maken van mediation als er nog geen werkbare oplossing bereikt was (productie 27 bij verzoekschrift Talententuinen).
10 januari 2018, riep Talententuinen B.V. [appellante] op om maandag 15 januari 2018 op kantoor te komen voor een gesprek en het verrichten van werkzaamheden. Als [appellante] niet zou verschijnen zou de loonstop gehandhaafd blijven. [appellante] is niet verschenen.
17 januari 2018, waarin de advocaat van Talententuinen de kantonrechter berichtte dat Xiezoo B.V. per 6 december 2017 was ontbonden.
200.238.297/01heeft [appellante] verzocht de beschikking van de kantonrechter te vernietigen voor wat betreft de niet-ontvankelijkverklaring van [appellante] en haar alsnog ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken jegens Talententuinen B.V. en Stichting Talententuinen. Ook heeft [appellante] verzocht om Talententuinen B.V. en Stichting Talententuinen hoofdelijk te veroordelen (i) tot betaling van achterstallig salaris (inclusief wettelijke verhoging en wettelijke rente) tot aan 26 maart 2018 (de datum waarop zij elders in dienst getreden is) en (ii) tot het afdragen van wettelijke afdrachten en (pensioen)premies en tot het verstrekken van een deugdelijke eindafrekening en jaaropgave . Verder heeft zij verzocht de arbeidsovereenkomst met Talententuinen te ontbinden onder toekenning van de transitievergoeding van € 5.724,60 bruto en een billijke vergoeding van € 35.000,-- bruto.
200.238.308/01heeft Talententuinen verzocht de beschikking van de kantonrechter te vernietigen, [appellante] niet-ontvankelijk te verklaren althans haar verzoeken af te wijzen en alsnog een datum te bepalen waarop een tussen Talententuinen en [appellante] bestaande arbeidsovereenkomst zal eindigen. Ook heeft Talententuinen verzocht te bepalen dat het geheimhoudingsbeding en het concurrentiebeding van kracht blijven en dat [appellante] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld zodat haar geen transitievergoeding toekomt.
"nog steeds fouten"zitten in de offertes van [appellante] , foutieve berekeningen zijn gemaakt en er fouten zijn gemaakt met betrekking tot contracten van het personeel, wordt door Talententuinen slechts onderbouwd met een e-mail van de heer [naam 5] van 15 augustus 2017. Het hof kan uit die e-mail echter niet opmaken dat alle door Talententuinen genoemde fouten door [appellante] zijn gemaakt althans aan haar zijn toe te rekenen. En ook als dat wel het geval zou zijn, volgt uit de datum van die e-mail (15 augustus 2017) dat [appellante] daarop door Talententuinen nog niet was aangesproken toen het managementteam werd opgeheven. Dat was immers al een dag eerder, op 14 augustus, gebeurd. Talententuinen stelt verder dat de boekhouder haar ongenoegen over [appellante] al heeft geuit in augustus 2016 en maart 2017, maar in de e-mail van de boekhouder van 24 augustus 2016 leest het hof vooral terug dat de boekhouder van mening is dat de administraties niet op orde waren omdat [appellante] er door alle andere werkzaamheden niet aan toekwam en doordat [appellante] er ten onrechte van uitging dat het banksaldo op een bankafschrift en het banksaldo in Exact altijd overeenkwamen, terwijl de boekhouder [appellante] die vergissing niet kwalijk lijkt te nemen. Bovendien lijkt [appellante] in of rond augustus 2016 niet op het vermeende ongenoegen van de boekhouder aangesproken te zijn. Uit de stellingen van Talententuinen volgt dat [appellante] alleen medio mei 2017 daadwerkelijk op haar functioneren aangesproken is, waarbij geldt dat haar toen geen verbetertraject is aangeboden en zij ook niet te horen heeft gekregen dat haar functioneren moest verbeteren om te voorkomen dat er maatregelen genomen zouden worden.
14 augustus 2017 een onaangekondigde eenzijdige mededeling die erop neerkwam dat haar functie was gewijzigd, waarover Talententuinen – in ieder geval totdat de bedrijfsarts mediation adviseerde – ook niet met [appellante] in overleg wilde treden. Het besluit het managementteam op te heffen was een voldongen feit en bovendien niet redelijk, omdat er geen rekening werd gehouden met de belangen van en gevolgen voor [appellante] (met name het per direct en zonder vooraankondiging vervallen van eindverantwoordelijkheid en het verplichten voortaan rechtstreeks verantwoording af te leggen aan [de bestuurder] ) en [appellante] voorafgaand aan het besluit onvoldoende duidelijk was gemaakt dat haar functioneren moest verbeteren.
16 augustus 2017 geen werkzaamheden meer voor Talententuinen heeft verricht en zij sinds 26 maart 2018 elders in dienst is. Nu de arbeidsovereenkomst eindigt mede op verzoek van [appellante] en onder toekenning van de door haar verzochte vergoedingen, mist art. 7:686a lid 7 BW toepassing, waardoor een eventuele intrekking van het verzoek door Talententuinen op grond van art. 7:686a lid 6 BW geen effect zal hebben. Er is aldus evenmin aanleiding om bij het bepalen van de einddatum rekening te houden met een redelijke termijn zoals bedoeld in
art. 7:686a lid 6 BW.
art. 7:673 lid Pro 7, aanhef en onder c, BW van toepassing is, moet worden gekeken naar de verwijtbaarheid van het handelen van de werknemer dat tot het einde van de arbeidsovereenkomst leidt en naar de omstandigheden die daarop van invloed zijn
(HR 8 februari 2019, ECLI:NL:2019:HR:203). Zoals hiervoor werd overwogen, is het hof van oordeel dat het ontstaan en het in stand blijven van het arbeidsconflict (in belangrijke mate) aan Talententuinen te verwijten valt. Talententuinen verwijt het [appellante] ten onrechte dat zij haar re-integratieverplichtingen niet is nagekomen dan wel geen passend werk heeft verricht ondanks de opgelegde loonstop, en dat zij niet heeft willen meewerken aan een oplossing van het geschil. Van een re-integratieverplichting was geen sprake nu [appellante] niet arbeidsongeschikt was wegens een ziekte of gebrek maar sprake was van een arbeidsconflict. Wel dienden werkgever en werknemer zich in te zetten voor oplossing van het arbeidsconflict. De loonstop had echter niet opgelegd mogen worden, zoals hierna overwogen onder Loonvordering. Talententuinen kon in het licht van het arbeidsconflict dat niet was opgelost en dat (in belangrijke mate) door haar veroorzaakt was, niet zonder meer van [appellante] verlangen dat zij haar (gewijzigde) werkzaamheden zou hervatten.
€ 35.000,-- bruto onder meer onderbouwd met een berekening van haar inkomensachteruitgang (rekening houdende met haar inkomen bij Talententuinen en haar inkomen bij haar nieuwe werkgever), waarbij zij de verzochte billijke vergoeding heeft "afgetopt" op een inkomensachteruitgang van iets minder dan drie jaar, stellende dat zij gedurende drie jaar niet in staat zal zijn een inkomen te genereren zoals zij dat bij Talententuinen had. Talententuinen heeft daarop onder meer gereageerd met de stelling dat het ernaar uitziet dat zij op korte termijn ophoudt te bestaan vanwege haar slechte financiële situatie en heeft de hoogte van de gestelde inkomensschade betwist.
7 september 2017 tot 26 maart 2018;
€ 17.590,39 bruto;
€ 5.724,60 bruto;
- veroordeelt Talententuinen B.V. in de zaak met nummer
- veroordeelt Talententuinen B.V. in de zaak met nummer
- wijst af het meer of anders verzochte;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.