ECLI:NL:GHDHA:2020:1084
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wedertewerkstelling werknemer ondanks verstoorde arbeidsverhoudingen
Werknemer is sinds 1989 in dienst bij SVB en raakte in 2017 arbeidsongeschikt door een fietsongeluk. Na diverse medische onderzoeken en re-integratietrajecten is vastgesteld dat werknemer weer belastbaar is en zijn eigen werkzaamheden kan hervatten.
SVB stelde dat de arbeidsverhoudingen ernstig verstoord zijn, met een vertrouwensbreuk tussen werknemer en leidinggevende en spanningen met collega’s, waardoor terugkeer niet redelijk zou zijn. De kantonrechter wees deze stelling af en veroordeelde SVB tot toelating van werknemer tot zijn werk.
In hoger beroep heeft SVB dit standpunt herhaald, maar het hof oordeelde dat SVB onvoldoende concreet bewijs heeft geleverd van een ernstige en duurzame verstoring. Ook heeft SVB onvoldoende inspanningen geleverd om de terugkeer goed te begeleiden.
Het hof concludeert dat werknemer in beginsel recht heeft op terugkeer en dat de vordering tot wedertewerkstelling voldoende kansrijk is. Daarom wordt het vonnis bekrachtigd en SVB veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat werknemer mag terugkeren in zijn eigen werk en veroordeelt SVB in de proceskosten.