Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : 7546593 HA VERZ 19-20
Gerechtshof Den Haag
Verzoeker solliciteerde bij verweerster naar de functie van floormanager en ontving een bijstandsuitkering. De vacature vermeldde een dienstverband van 12-24 uur per week. Na sollicitatie volgde correspondentie over de aard van het dienstverband en de startdatum. Verzoeker werkte enkele avonden in december 2018 mee, waarbij hij een vrijwilligersvergoeding ontving. Verweerster stelde dat het dienstverband pas per 1 januari 2019 via een payroll-bedrijf zou ingaan.
Verzoeker vorderde in eerste aanleg een billijke vergoeding en schadevergoeding, deels afgewezen door de kantonrechter. In hoger beroep stelde verzoeker dat per 14 december 2018 een arbeidsovereenkomst was aangegaan. Het hof oordeelde dat verzoeker geen gerechtvaardigd vertrouwen had op een arbeidsovereenkomst vanaf die datum, mede vanwege onduidelijkheid over de overeenkomst en de proefperiode in december.
Het hof concludeerde dat de correspondentie en gedragingen van partijen wezen op een proefperiode in december 2018, waarna een dienstverband per 1 januari 2019 zou starten. De vorderingen van verzoeker werden afgewezen en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd. Verzoeker werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Hof bekrachtigt kantonrechter en wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van gerechtvaardigd vertrouwen op arbeidsovereenkomst per 14 december 2018.