AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verwerping cassatieberoep over gerechtvaardigd vertrouwen arbeidsovereenkomst bepaalde of onbepaalde tijd
In deze zaak heeft verzoeker cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag, waarin het geschil ging over het gerechtvaardigd vertrouwen van de werknemer dat een arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen voor bepaalde tijd van een jaar dan wel voor onbepaalde tijd.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de kantonrechter te Dordrecht en het gerechtshof Den Haag voor het procesverloop in feitelijke instanties. Na beoordeling van de klachten over de beschikking van het hof oordeelt de Hoge Raad dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de beschikking.
De Hoge Raad acht het niet nodig om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen oproepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt verzoeker in de kosten van het geding in cassatie, begroot op een totaal van €4.627,07. De beschikking is gegeven door de raadsheren van Buchem-Spapens, Snijders en ter Heide en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Kroeze.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en verzoeker wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer20/01340
Datum22 januari 2021
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker] , wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker] ,
advocaat: M.J. van Basten Batenburg,
tegen
STICHTING [verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [verweerster],
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de beschikking in de zaak 7546593 HA VERZ 19-20 van de kantonrechter te Dordrecht van 17 mei 2019;
de beschikking in de zaak 200.264.431/01 van het gerechtshof Den Haag van 14 januari 2020.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 2.827,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 22 januari 2021.