ECLI:NL:GHDHA:2020:1572
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.A. Bosman
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over belastingheffing loon uit dienstbetrekking op schip in aanbouw
Belanghebbende was in 2014 en 2015 werkzaam aan boord van een schip dat in aanbouw was en later afgebouwd werd in Nederland, in dienst van een Zwitserse vennootschap. Het geschil betrof de vraag of het loon dat hij ontving belast mocht worden in Zwitserland op grond van artikel 15, derde lid, van het belastingverdrag Nederland-Zwitserland, dat ziet op dienstbetrekkingen aan boord van schepen in internationaal verkeer.
Het Hof oordeelde dat het schip gedurende de relevante periode niet werd geëxploiteerd voor internationaal vervoer van personen of goederen, omdat het zich in aanbouw bevond en de overbrenging naar Nederland niet als commercieel vervoer kwalificeert. Hierdoor is artikel 15, derde lid, niet van toepassing en heeft Nederland het exclusieve heffingsrecht over het inkomen.
Verder werd geoordeeld dat voor 2014 belanghebbende een vrijstelling van 1,5% op het belastbare loon kon toepassen wegens het ontbreken van een inhoudingsplichtige, terwijl voor 2015 de werkgever zich als inhoudingsplichtige had aangemeld en deze vrijstelling niet van toepassing was. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor 2014 en ongegrond voor 2015. Proceskosten en griffierechten werden deels aan belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond voor 2014 met vermindering aanslag, ongegrond voor 2015; proceskosten en griffierecht deels toegewezen.