ECLI:NL:GHDHA:2020:1714
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- B.P. de Boer
- A.S.I. van Delden
- H.P.Ch. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing lijfsdwang bij ontnemingsmaatregel vóór Wet USB
Het gerechtshof Den Haag behandelde het verzoek van de betrokkene tot opheffing van lijfsdwang opgelegd in verband met een ontnemingsmaatregel van €639.286,62, die onherroepelijk werd in mei 2016. De betrokkene stelde dat sinds de inwerkingtreding van de Wet USB op 1 januari 2020 lijfsdwang niet meer toegepast kan worden, maar alleen gijzeling.
Het hof oordeelde dat de overgangsbepalingen van de Wet USB, met name artikel XLIVa van de Invoeringswet USB, bepalen dat voor vóór 1 januari 2020 opgelegde ontnemingsmaatregelen de oude regeling van lijfsdwang blijft gelden. De Hoge Raad bevestigde dat de bijzondere overgangsbepalingen niet van toepassing zijn op lijfsdwang, alleen op vervangende hechtenis.
De betrokkene voerde betalingsonmacht aan, maar het hof stelde vast dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet kon betalen. De eerdere beschikking van het hof had al geoordeeld dat er sprake was van betalingsonwil. Het hof concludeerde dat de lijfsdwang terecht wordt toegepast en wees het verzoek tot opheffing af.
De procedure omvatte meerdere verzoeken en zittingen, waarbij het hof ook de bevoegdheid bevestigde om over dit verzoek te oordelen. De beslissing bevestigt dat de Wet USB geen gunstiger sanctieregeling biedt voor deze situatie en dat lijfsdwang blijft gelden zolang het oude regime van toepassing is.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot opheffing van lijfsdwang af wegens betalingsonwil en behoudt toepassing van de oude regeling voor ontnemingsmaatregelen opgelegd vóór 1 januari 2020.