Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 16 september 2020
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor [… 1] , de Inspecteur,
Procesverloop
Vaststaande feiten
Oordeel van de Rechtbank
Voortijdig ingediend bezwaar
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en zorgverzekeringswet 2013, inclusief belastingrente en een vergrijpboete. De Inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De Rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen de boetebeschikking wel ontvankelijk was en verwees de zaak terug naar de Inspecteur.
In hoger beroep stond centraal of de aanslagen en beschikkingen op juiste wijze waren bekendgemaakt en of het bezwaar tijdig of verschoonbaar te laat was ingediend. Het Hof stelde vast dat de Inspecteur aannemelijk had gemaakt dat de stukken naar het juiste adres waren verzonden. De omstandigheden dat belanghebbende in detentie verbleef en dat zijn ex-partner mogelijk de post niet overhandigde, waren onvoldoende om ontvangst te betwijfelen.
Het bezwaar tegen de aanslagen en belastingrente was te laat ingediend en niet verschoonbaar, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring terecht was. Voor de boetebeschikking gold een ander toetsingskader; de Inspecteur kon niet bewijzen dat belanghebbende deze had ontvangen. Het Hof bevestigde daarom de ontvankelijkheid van het bezwaar tegen de boete en verwierp het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur.
De proceskosten in het incidenteel hoger beroep werden aan belanghebbende toegekend. Het hoger beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur wordt verworpen.