Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 13 oktober 2020
[werknemer] ,
Multi Construct B.V.,
Verloop van het geding in hoger beroep
Beoordeling van het hoger beroep
schriftelijkdient te informeren over het al dan niet voortzetten van het tijdelijke dienstverband. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling volgt dat deze informatieverplichting ertoe dient zeker te stellen dat de werknemer tijdig op de hoogte is van de bedoelingen van de werkgever ten aanzien van het al dan niet voortzetten van de arbeidsrelatie, zodat daarover geen misverstand kan bestaan en de werknemer in de gevallen waarin dit nodig is tijdig op zoek kan gaan naar ander werk. De eis dat dit schriftelijk dient te geschieden is van dwingend recht en dient als waarborg om discussies achteraf – zoals die in deze zaak – over al dan niet mondeling gedane mededelingen te voorkomen (vgl. Kamerstukken II, 2013/14, 33818, nr. 3 p. 20-21 Kamerstukken I, 2013/14, 33818, C, p. 79). Wat betreft de bewijslastverdeling geldt het volgende. De werknemer zal moeten stellen dat er niet (tijdig) is aangezegd. Vervolgens zal de werkgever moeten bewijzen dat hij de aanzegging daadwerkelijk en tijdig heeft gedaan. In de wetsgeschiedenis is te lezen dat aangezien een aanzegging schriftelijk moet plaatsvinden, een werkgever er wijs aan doet om de aanzegging schriftelijk te versturen (vgl. Kamerstukken 2013/14, 33818, nr. 7 (Nota naar aanleiding van het Verslag), p. 36).
- Weliswaar kan op grond van de ritregistratie, ten aanzien waarvan Multi Construct voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze niet valt te manipuleren, worden aangenomen dat [werknemer] op 14 mei 2019 op het kantoor van Multi Construct is geweest voor een gesprek, maar dit bewijst niet dat dit gesprek, zoals Multi Construct stelt, plaatsvond naar aanleiding van de brief van 11 mei 2019 en al helemaal niet dat die brief [werknemer] ook heeft bereikt.
- Uit de aantekening in de agenda van [werkgever] bij een afspraak met [werknemer] op 6 mei 2019 (inhoudende:
- De beide schriftelijke verklaringen van [leidinggevende] en [secretaresse] zijn te vaag, omdat hun verklaringen niet inhouden dat zij ermee bekend zijn dat [werknemer] de brief van 11 mei 2019 heeft ontvangen.
- Multi Construct heeft geen overtuigende verklaring gegeven waarom zij het nodig achtte [werknemer] op 14 juni 2019 opnieuw een aanzegging te doen dat het contract niet zou worden verlengd. De brief van 14 juni 2019 is klaarblijkelijk een nieuwe brief (en niet een uitdraai van de brief van 11 mei 2019, met een wijziging van de datum) omdat de brieven tekstueel van elkaar afwijken. Verder verwijst de brief van 14 juni 2019 niet naar het bestaan van de brief van 11 mei 2019, hoewel dat wel voor de hand had gelegen.