Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
hof] zoekt mee naar het gat.
Gerechtshof Den Haag
Werknemer werd op staande voet ontslagen wegens het vermeende doorlaten van een doos met een gat in de verpakking, wat volgens werkgever een ernstige plichtsverzuim was. Werknemer betwistte dit en stelde dat er geen gat was, wat later door het hof werd bevestigd na inspectie van de doos tijdens de procedure.
De kantonrechter had het ontslag op staande voet nietig verklaard en de arbeidsovereenkomst ontbonden per beschikking, maar weigerde een billijkheidsvergoeding toe te kennen. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag voor herbeoordeling, met toepassing van de kantonrechtersformule.
Het hof stelde vast dat werkgever onvoldoende onderzoek had gedaan en te snel tot ontslag was overgegaan, terwijl werknemer een kwetsbare positie had en een goede staat van dienst. Het hof kende daarom alsnog een billijkheidsvergoeding toe van €157.806 bruto, rekening houdend met de omstandigheden en correctiefactor.
De uitspraak benadrukt dat nieuwe feiten die na de ontbindingsprocedure bekend worden, aanleiding kunnen zijn voor een aanvullende vergoeding, ook als de ontbindingsbeschikking definitief is. Werkgever werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof veroordeelt werkgever tot betaling van een billijkheidsvergoeding van €157.806 bruto aan werknemer wegens onterecht ontslag en ontbinding.