Uitspraak
- het onderzoek in deze zaak al circa twee jaar liep;
- de overige tien verdachten reeds (een voor een) gepland stonden op afzonderlijke zittingen bij de meervoudige kamer medio 2019;
- in deze zaak sprake was van een kwetsbare en getraumatiseerde aangever waarmee beide zaaksofficieren inmiddels goed contact hadden, zodat de vertrouwdheid met de zaaksofficieren een factor van belang zou kunnen zijn als de aangever bij een rechter-commissaris of ter zitting als getuige zou moeten worden gehoord;
- de zaaksofficieren werkzaam waren bij een ander parket dan de verdachte;
- de gelijke behandeling van de verdachte ten opzichte van de tien andere verdachten in het betreffende onderzoek was gediend bij het aanblijven van de betrokken zaaksofficieren.
- het parket Den Haag het gezag heeft over de (verdere) strafvervolging tegen de verdachte;
- de rechercheofficier van het parket Den Haag als eerste aanspreekpunt voor de aansturing vanuit het parket Den Haag zal optreden;
- als zaaksofficieren [officier van justitie 2] en [officier van justitie 1] zullen optreden;
- de persvoorlichting door het parket Den Haag zal worden gedaan;
- [officier van justitie 3] (officier van justitie mensenhandel te Den Haag) als contactpersoon voor de zaaksofficieren zal optreden om hen wegwijs te maken richting de administratie van het parket Den Haag en de rechtbank Den Haag.
‘is besloten dat de zaak formeel aan het Haagse parket wordt overgedragen en dat mijn collega [officier van justitie 1] en ik zaaksofficieren zullen blijven.’
‘de Rechtbank Den Haag aan[wijst] als gerecht voor hetwelk, zo het Openbaar Ministerie dit nodig oordeelt, de vervolging en berechting van de zaak zullen plaatshebben.’Uw beslissing komt daarom onverwacht.
- Het Openbaar Ministerie is gehouden om een verzoek ex artikel 510 Sv Pro bij de Hoge Raad in te dienen op het moment dat een verdenking tegen een rechterlijk ambtenaar is ontstaan. In deze zaak is het verzoek pas ingediend op het moment dat de zaak gereed was voor zitting, waardoor het gehele opsporingsonderzoek en de vervolging geleid zijn door onbevoegde officieren van justitie.
- Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens, nadat de Hoge Raad expliciet en ondubbelzinnig
NJ1986/439 en HR 29 september 1987,
NJ1988/784). Het is immers mogelijk andere officieren van justitie aan de zaak te verbinden.
NJ1952/58).
NJ2003/569).
nietvan oordeel is dat het reeds kan oordelen dat een volledige buitenvervolgingstelling zou moeten volgen, op grond van artikel 23, eerste lid, Sv
- de (toenmalige) betreffende leden van de parketleiding van het arrondissementsparket Amsterdam,
- de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Amsterdam, [hoofdofficier van justitie te Amsterdam], en
- de betreffende leden van de parketleiding van het arrondissementsparket Den Haag,