Belanghebbende exploiteert een eenmanszaak gericht op verhuur van onroerende zaken en verwierf aandelen in een Braziliaanse vennootschap die een strandpaviljoen exploiteerde. De Inspecteur wees het verlies op deze aandelen en vorderingen af bij de belastingaanslag 2014. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de aandelen niet dienstbaar waren aan de onderneming.
In hoger beroep bevestigt het Hof dat de aandelen en vorderingen niet binnen de normale uitoefening van de eenmanszaak vallen en dus tot het privévermogen behoren. De werkzaamheden van belanghebbende in Brazilië en het gebruik van een werknemer ter controle veranderen hier niets aan, omdat deze niet formeel verbonden waren aan de eenmanszaak.
Het Hof acht het verlies op de vordering op de vennootschap wel aftrekbaar binnen het resultaat uit terbeschikkingstelling, maar wijst de afwaardering van de aandelen af. De aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd, en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.