Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding in hoger beroep
2. Feiten, tevens behandeling van grieven I (principaal beroep), X (incidenteel beroep), II (principaal beroep), XI (incidenteel beroep), XII (incidenteel beroep), III (deels) en IV (deels) (principaal beroep en voor zover gericht tegen de vermelding van feiten)
2. Activiteiten
3.Vorm
6.Looptijd samenwerking
9.Ontbindende voorwaarden
10.Gevolgen niet totstandkoming van de beoogde samenwerking
13.Duur en beëindiging overeenkomst
Fitland: 50 % (zegge: vijftig procent);
ROC: 50 % (zegge: vijftig procent).
hof) en Fitland zijn vennoten in de CV. ROC Leiden is commanditair vennoot, Fitland is beherend vennoot.
hof)van schadevergoeding, niet met BTW belast is en er zal derhalve geen factuur worden gestuurd. Indien onherroepelijk blijkt dat wel BTW verschuldigd is, zal Fitland c.q. de CV een overeenstemmende BTW factuur sturen, die zal worden voldaan.
hof); Wegens de beëindiging van de CV vallen twee prestaties van de commanditair vennoot ten opzichte van de onderneming van de CV weg, te weten (A) de in de C.V.-akte genoemde kapitaalstorting ad € 200.000 per jaar voor de aldaar genoemde periode en (B) de kosteloze ter beschikking stelling van bedrijfsruimte aan de onderneming voor de looptijd van de CV inclusief kosten van verbruikte energie; voor de schadepost sub A geldt hetgeen hieronder onder 3. is opgenomen. Voor de sub B genoemde posten geldt hetgeen hieronder in sub 4 is opgenomen;
hof) ten titel van schadevergoeding aan Fitland II voldoen:
3.Beoordeling
primairveroordeling van ROC tot betaling van € 5.068.256,- (met wettelijke rente),
subsidiairbenoeming van een gerechtelijke deskundige ter vaststelling van die schade, waarna de rechtbank ROC kan veroordelen die schade te voldoen, een en ander met veroordeling van ROC tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 6.775,- en met veroordeling van ROC in de proceskosten (met nakosten en wettelijke rente).
primaireen bedrag van € 1.487.218,- en
subsidiaireen bedrag van € 887.218,- (althans een zodanig bedrag als het hof zal vermenen te behoren), een en ander met wettelijke handelsrente. De primaire vordering betreft de terugbetaling van het door ROC aan Fitland betaalde bedrag van € 1,2 miljoen alsmede het bedrag van € 287.218,- dat partijen in de vereffeningsovereenkomst zijn overeengekomen. Ter zitting in hoger beroep heeft ROC meegedeeld haar vordering betreffende de wettelijke handelsrente niet te handhaven ten aanzien van het bedrag van € 287.218,-.
leaseverplichting jegens Fitland Trading dient te voldoen, terwijl (ii) ROC - en in het verlengde daarvan de CV - hiervoor niet langer betaalt”. Een verdere toelichting op de afwikkeling van de verplichtingen ter zake van de leskeukens van Fitland tegenover Fitland Trading heeft het hof niet aangetroffen. Zodanige toelichting valt ook niet te lezen in het schaderapport van Joling van 22 juli 2019. De daar gegeven toelichting berust immers enkel op de contant gemaakte waarde van de resterende huurverplichtingen van ROC. Noch bij memorie van antwoord in incidenteel appel, noch bij pleidooi is Fitland nader ingegaan op de afwikkeling tussen haar en Fitland Trading. Tegenover het verweer van ROC op dit punt, kon Fitland niet volstaan met haar hiervoor geciteerde stellingen. Het hof zal de schade ter zake van de leskeukens alsnog bepalen op € 600.000,-. ROC heeft de schade tot dat bedrag om proceseconomische redenen erkend. Voor zover de vordering op dit punt een hoger bedrag beloopt, is deze onvoldoende toegelicht.