In deze zaak is een verzorgende op staande voet ontslagen door Stichting Zorggroep Florence wegens het toebrengen van verwondingen aan cliënten op een gesloten afdeling voor dementerende ouderen. De kantonrechter oordeelde dat er geen dringende reden was voor het ontslag, omdat onvoldoende vaststond dat de verzorgende de verwondingen had veroorzaakt.
Florence ging in hoger beroep en verzocht het hof de beschikking van de kantonrechter te vernietigen en het ontslag als rechtsgeldig te erkennen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de gedragingen van de verzorgende, zoals beschreven in de ontslagbrief en gespreksverslagen, als vaststaand kunnen worden aangenomen.
Het hof besloot Florence toe te laten tot het bewijs van de dringende reden voor het ontslag en bepaalde dat een getuigenverhoor zal plaatsvinden. De zaak is verwezen naar een latere rolzitting voor de planning van het verhoor en verdere beslissingen worden aangehouden. De uitspraak is gedaan door drie raadsheren op 6 april 2021.