[geïntimeerde] heeft de woning gehuurd om er (zelf) te wonen, maar gebruikte de woning in de periode voordat burgemeester die sloot, voor bedrijfsmatige prostitutie (dus als illegale seksinrichting) en niet of nauwelijks voor bewoning door hemzelf. Het hof komt voorshands tot dit oordeel op basis van de volgende punten.
-a- In de woning was bij de controle op 13 maart 2020 omstreeks 23:00 uur alleen een vrouw aanwezig die zich prostitueerde.
-b- Derden, namelijk de toezichthouders, kwamen met deze vrouw in contact via een internet-advertentie voor het aanbieden van seksuele handelingen met een ander tegen een vergoeding. Nadat de toezichthouders waren ingegaan op de aanbieding, werden zij op 13 maart 2020 naar de woning verwezen, waar zij met deze vrouw in contact kwamen.
-c- De toezichthouders troffen de woning zeer warm aan. Er bevonden zich diverse pornografische materialen in de woonkamer en de slaapkamer naast de badkamer was ingericht als afwerkkamer (verduistering, tweepersoonsbed met daarop diverse seksspeeltjes, diverse condooms en doekjes op het nachtkastje). Dit wijst er op dat de woning op dat moment was ingericht voor prostitutie. Een kamer die zichtbaar voor bewoning werd gebruikt, was er niet (in de andere slaapkamer was het bed onopgemaakt).
-d- De vrouw in de woning heeft aan de toezichthouders verklaard dat zij in de prostitutie werkt om geld te verdienen, dat zij de internet-advertentie niet zelf beheert en de helft van haar inkomsten afdraagt aan een haar onbekende persoon. Zij verklaarde dat zij een week eerder via Madrid in Nederland is gekomen en dat zij naar de woning is gebracht door mensen die zij niet kent. Zij verklaarde dat zij de Nederlandse taal niet spreekt en prostitutiewerk doet omdat zij terug wil naar haar land.
-e- De vrouw noemt [geïntimeerde] niet als medebewoner. Zij gebruikte de woning voor prostitutiewerk. Zij was er niet als gezinslid, vriendin of logee van [geïntimeerde]. [geïntimeerde] heeft weliswaar aangevoerd dat zij “een Spaanse kennis van [geïntimeerde]” was, maar enige persoonlijke relatie tussen [geïntimeerde] en de vrouw is in dit dossier niet naar voren gekomen (anders dan een relatie in het kader van mensenhandel). [geïntimeerde] was ook niet aanwezig toen de controle plaatsvond en er waren geen (andere) tekenen van bewoning door [geïntimeerde]. Pas toen de woning op 13 maart 2020 om 00:30 uur werd gesloten, kwam [geïntimeerde] ter plaatse.
-f- In de telefoon van [geïntimeerde] stonden WhatsApp gesprekken met ‘[naam]’, welke gesprekken gingen over betaling en transport van een meisje.
-g- Een omwonende heeft verklaard dat er veel aanloop naar de woning was op verschillende tijdstippen.
-h- De internet-advertentie naar aanleiding waarvan de toezichthouders in de woning kwamen is actief geweest tussen 4 april 2019 en 13 maart 2020.