ECLI:NL:GHDHA:2021:660
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urencriterium en ondernemerschap voor toepassing zelfstandigenaftrek 2017
Belanghebbende was in 2017 naast zijn dienstbetrekking als financial auditor actief als boekhouder voor één opdrachtgever, met een beperkte omzet van € 700. Hij heeft zich in 2018 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en bij een bemiddelingsplatform, maar dit leidde niet tot opdrachten. De Inspecteur kwalificeerde de inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden en wees de toepassing van ondernemersfaciliteiten af.
De Rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet als ondernemer kon worden aangemerkt vanwege de geringe omvang, korte duur van de activiteiten en het ontbreken van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid. Ook was onvoldoende samenhang tussen zijn boekhoudkundige werkzaamheden en verhuuractiviteiten.
In hoger beroep heeft het Hof zich geconcentreerd op het urencriterium van 1.225 uur per jaar, dat belanghebbende niet aannemelijk kon maken te hebben gehaald. Het door hem overgelegde urenoverzicht was te globaal en niet controleerbaar, en de omvang van de werkzaamheden stond niet in verhouding tot de omzet. De Inspecteur heeft terecht de omzet als resultaat uit overige werkzaamheden aangemerkt.
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken cassatie instellen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.