ECLI:NL:GHDHA:2022:1276
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs rijden onder invloed ketamine
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van rijden onder invloed van ketamine. De officier van justitie stelde hoger beroep in en vorderde een voorwaardelijke geldboete of hechtenis. Het hof onderzocht of uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid dat de verdachte niet tot behoorlijk besturen in staat was door ketaminegebruik.
Het bewijs was gebaseerd op de hoeveelheid ketamine in het bloed en een inschatting van het NFI dat het rijgedrag daardoor waarschijnlijk was beïnvloed. Het hof stelde dat het bloedmonster pas na tien dagen bij het NFI was ontvangen, wat niet voldoet aan de strikte waarborg van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer dat vereist dat het bloed zo spoedig mogelijk naar een geaccrediteerd laboratorium wordt gezonden.
Omdat het hof geen concrete vaststellingen kon doen over de wijze van bewaren en transport van het bloedmonster, achtte het het onderzoeksresultaat onvoldoende betrouwbaar. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de verdachte onder invloed was en niet tot behoorlijk besturen in staat was. Het hof vernietigde het vonnis van hoger beroep en sprak de verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende betrouwbaar bewijs van rijden onder invloed van ketamine.