ECLI:NL:HR:2004:AO4048
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor rijden onder invloed van MDMA en MDA
Op 9 juli 2000 reed de verdachte in Breda onder invloed van de drugs MDMA en MDA. Het hof stelde vast dat de concentraties van deze stoffen in het bloed van verdachte zodanig waren dat zijn rijvaardigheid nadelig werd beïnvloed, waardoor hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.
De Hoge Raad oordeelde dat het niet noodzakelijk is dat uit het bewijs blijkt dat daadwerkelijk gevaarlijk rijgedrag heeft plaatsgevonden; het volstaat dat de invloed van de stoffen het behoorlijk besturen onmogelijk maakte. Het deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut vormde een belangrijke pijler voor deze conclusie.
Het cassatieberoep van verdachte, gericht tegen de bewezenverklaring en strafbaarheid, werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde de kwalificatie als overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en handhaafde de ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor rijden onder invloed van MDMA en MDA en handhaaft de ontzegging van de rijbevoegdheid voor negen maanden.