ECLI:NL:GHDHA:2022:1750
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk wegens lopende asielprocedure bij gebruik vals reisdocument
De zaak betreft een verdachte die op 24 oktober 2019 in Delfgauw werd betrapt op het gebruik van een vals Pools rijbewijs tijdens een verkeerscontrole. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand. Na hoger beroep en cassatie heeft de Hoge Raad het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het gerechtshof.
Het hof heeft vastgesteld dat verdachte zich op het moment van het gebruik van het vals document in een lopende asielprocedure bevond en daarmee onder de bescherming van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag valt. Dit artikel voorkomt strafvervolging voor het gebruik van vervalste documenten in het kader van vlucht. De verdediging heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat de asielprocedure nog niet is afgerond.
Op grond van jurisprudentie van de Hoge Raad kan het openbaar ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard zolang de asielprocedure niet onherroepelijk is beslist. Het hof vernietigt daarom het eerdere vonnis en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte wegens het gebruik van een vals reisdocument.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het gebruik van een vals reisdocument vanwege de lopende asielprocedure van verdachte.