Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 15 december 2022
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
€ 2.208
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende ontving een legaat van €50.000 uit het testament van de erflater, dat zij als voldoening zag voor werkzaamheden die zij voor de erflater had verricht. De Inspecteur legde hierover erfbelasting op, waarbij de werknemersvrijstelling niet werd toegepast. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond omdat niet was voldaan aan de vereisten voor de werknemersvrijstelling, met name het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het legaat een schenking betrof die vrijgesteld zou zijn van schenkbelasting. Het Gerechtshof volgde dit niet en oordeelde dat het legaat een verkrijging krachtens erfrecht is, aangezien het vorderingsrecht pas bij overlijden ontstond en geen schenking onder levenden betreft.
Het Hof bevestigde daarmee de uitspraak van de Rechtbank en verwierp het beroep van belanghebbende. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 15 december 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat het legaat erfbelastingplichtig is en wijst het hoger beroep af.