Uitspraak
Uitspraak van 24 november 2022
[X] h.o.d.n. [X-1]gevestigd te [Z] , belanghebbende, tegen de onder 1.1 vermelde uitspraak.
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende tekende pro-forma hoger beroep aan tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zonder de gronden van het hoger beroep te vermelden. De griffier van het Hof stelde belanghebbende in de gelegenheid dit verzuim te herstellen, maar hier werd geen gebruik van gemaakt.
Het Hof oordeelde dat de enkele mededeling van pro-forma hoger beroep en het bijvoegen van de uitspraak niet voldoet aan de motiveringseis van artikel 6:5 Awb Pro. Het Unierecht verplicht het Hof niet om tijdens een mondelinge behandeling alsnog gelegenheid te bieden om de gronden aan te vullen.
Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk en wees het verzet van belanghebbende af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van motivering in het hogerberoepschrift en het verzet wordt ongegrond verklaard.