5.2.In het Oud Burgerlijk Wetboek (OBW) (tekst 1998) is, voor zover hier van belang, het volgende bepaald:
“Artikel 4:879
1. Tot de erfenis worden door de wet geroepen zij die tot de overledene in familierechtelijke betrekking stonden, en de langstlevende echtgenoot, volgens de hierna vastgestelde regelen.
2. Bij gebreke van zodanige personen als bedoeld in het vorige lid, vervallen de goederen aan den staat, onder den last om de schulden te voldoen, voor zoo ver de waarde dier goederen toereikende is. (…)
Artikel 4:880
1. De erfgenamen treden van regtswege in het bezit der goederen en regtsvorderingen van den overledene. (…)
Artikel 4:884
Als
onwaardigom erfgenamen te zijn, worden beschouwd en als zoodanig van de erfenis uitgesloten:
1˚. Hij, die veroordeeld is, ter zake dat hij den overledene heeft omgebragt of getracht heeft om te brengen; (…)
2˚. Hij, die bij regterlijke uitspraak overtuigd is tegen den erflater lasterlijk te hebben ingebragt eene beschuldiging van een misdrijf waartegen eene vrijheidsstraf met een maximum van ten minste vier jaaren is bedreigd; (…)
3˚. Hij, die den overledene door geweld of feitelijkheid belet heeft zijnen uitersten wil te maken of te herroepen; (…)
4˚. Hij, die den uitersten wil van den overledene heeft verduisterd, vernietigd of vervalscht. (…)
Artikel 4:899
1. De kinderen of hunne afstammelingen erven van hunne ouders, grootouders, of verdere bloedverwanten in de opgaande linie, zonder onderscheid van kunne of eerstgeboorte, en zelfs wanneer zij uit verschillende huwelijken verwekt zijn.
2. Zij erven voor gelijke deelen bij hoofden, wanneer zij allen in den eersten graad zijn en uit eigen hoofde geroepen worden; zij erven bij staken, wanneer zij allen, of een gedeelte hunner, bij plaatsvervulling opkomen. (…)
Artikel 4:921
1. De goederen, welke iemand bij zijn overlijden nalaat, behooren aan zijne wettelijke erfgenamen, voor zoo verre hij daarover niet bij uitersten wil wettiglijk mogt hebben beschikt. (…)
Artikel 4:1103
Het verwerpen eener erfenis moet uitdrukkelijk geschieden, en moet plaats hebben door middel eener verklaring, afgelegd ter griffie van de arrondissements-regtbank, onder welks ressort de erfenis opengevallen is. (…)
Artikel 4:1104
De erfgenaam, die de erfenis verwerpt, wordt geacht nooit erfgenaam geweest te zijn. (…)”
Medebelanghebbendebeschikking