ECLI:NL:GHDHA:2022:508
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Delft niet in strijd met Gemeentewet
Belanghebbende parkeerde op 6 maart 2020 zijn auto in de [straat] te Delft en ontving daarop een naheffingsaanslag van €91 wegens het ontbreken van een geldige parkeervergunning. De naheffingsaanslag bestond uit €30 parkeerbelasting en €61 kosten. Na handhaving van de aanslag op bezwaar, verklaarde de Rechtbank Den Haag het beroep van belanghebbende ongegrond.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de naheffingsaanslag in strijd was met artikel 234, lid 3, van de Gemeentewet omdat een dagtarief in plaats van een uurtarief was geheven en dat ter plaatse een parkeerverbod zou gelden. Tevens betwistte hij de redelijkheid van het tarief van €30. Het hof oordeelde dat parkeren in de betreffende zone alleen is toegestaan met een (dag)parkeervergunning en dat er geen absoluut parkeerverbod geldt. De naheffingsaanslag was correct opgelegd volgens het geldende tarief van €30 per uur met een maximum van €30 per dag.
Het hof stelde vast dat de gemeente Delft de parkeerplaatsen in de [straat] als vergunninghoudersplaatsen heeft aangewezen en dat de borden ter plaatse duidelijk het parkeerregime aangeven. Het beroep op een fout in de parkeerapp Yellowbrick faalde. Het tarief werd geaccepteerd als redelijk gelet op de locatie en het doel om parkeerruimte voor bewoners te reserveren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag parkeerbelasting bevestigd.