ECLI:NL:GHDHA:2022:53
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning en afwijzing vergoeding immateriële schade
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning uit 1950 met garage en twee dakkapellen in de buurt [naam wijk]. De WOZ-waarde voor 2019 werd vastgesteld op €665.000. Belanghebbende maakte bezwaar en beroep tegen de beschikking en aanslag, maar deze werden ongegrond verklaard door de Heffingsambtenaar en de Rechtbank.
In hoger beroep betwist belanghebbende dat de waarde te hoog is vastgesteld en dat alle relevante stukken zijn overgelegd. Het Hof oordeelt dat de Heffingsambtenaar voldoende bewijs heeft geleverd met een taxatieverslag, een vergelijkingsmatrix en een vastgoedrapport van een vergelijkingsobject. De verschillen in gebruiksoppervlakte, onderhoud en voorzieningen zijn adequaat meegenomen. De stelling van belanghebbende dat de woning slechter is dan het vergelijkingsobject is niet onderbouwd.
Verder is het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen. De corona-pandemie rechtvaardigt verlenging van de termijn, waardoor geen overschrijding is vastgesteld. Ook voor de procedure in hoger beroep is de termijn niet overschreden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €665.000 en wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.