Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Het procesverloop in hoger beroep
3.De feiten
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Werknemer is sinds 2009 in dienst van ASVZ en werd in december 2017 arbeidsongeschikt. Het UWV achtte haar per 2 december 2019 weer geschikt voor haar eigen werk, maar dit besluit werd later herroepen. Werknemer vordert loonbetaling vanaf die datum. De kantonrechter wees loonbetaling toe vanaf 21 april 2020, het moment waarop werknemer weer werkzaamheden verrichtte, en wees loon over de periode daarvoor af vanwege lopend beroep bij de bestuursrechter.
In hoger beroep vordert werknemer loonbetaling vanaf 2 december 2019 inclusief wettelijke verhoging en rente. ASVZ verzet zich hiertegen en wijst op reeds gedane nabetalingen. Het hof neemt kennis van een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het UWV-besluit vernietigt en stelt dat de WIA-uitkering niet met terugwerkende kracht kan worden ingetrokken.
Gezien deze ontwikkelingen en het feit dat werknemer sinds augustus 2020 haar werkzaamheden volledig verricht, acht het hof het wenselijk om de zaak aan te houden en een mondelinge behandeling te plannen. Partijen worden uitgenodigd tot overleg en het overleggen van nadere berekeningen en standpunten. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor mondelinge behandeling en nadere bespreking van de loonvordering.